Hadith for the World
De deugden en etiquette

Ethiek van de moraal

56 hadiths

56 hadiths

Van Abdoellāh ibn 'Amr (moge Allah tevreden zijn met hen ) rapporteerde: De profeet (vrede zij met hem) zei: De barmhartigen worden begenadigd door de Barmhartige. Toon genade aan degenen op aarde, en degene in de hemel zal genade aan u tonen.Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi en Ahmed
Overgeleverd van Hishaam, zoon van Hakiem ibn Hizaam — moge Allah tevreden zijn met beiden — dat hij eens voorbijkwam bij een groep boeren uit de Nabaat (landbouwers van niet-Arabische afkomst) in As-Shaam (Syrië), die in de brandende zon waren opgesteld. Hij vroeg: “Wat is er met hen aan de hand?” Zij zeiden: “Zij zijn vastgehouden vanwege de jizya (belasting), omdat zij deze niet betaald hebben.” Daarop zei Hishaam: “Ik leg getuigenis af dat ik de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heb horen zeggen: “Voorwaar, Allah zal degenen straffen die de mensen op onrechtvaardige wijze op aarde kwellen.”Overgeleverd door Moeslim
Van Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden zijn met hem, zei dat de boodschapper van Allah, vrede zij met hem , zei: "Niet naar de intieme delen van een ander kijken, noch een vrouw naar de intieme delen van een andere vrouw . Mannen mogen niet in afzondering zijn met andere mannen in één kledingstuk, evenmin als vrouwen alleen mogen zijn met andere vrouwen in één kledingstuk".Overgeleverd door Moeslim
Abdoellah ibn Amr -moge Allah tevreden zijn met hem - zei dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "De moslim is degene van wie andere moslims veilig zijn voor zijn tong en hand, en de vreemde is degene die zich onthoudt van wat Allah verboden heeft."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) zei: Dit verwijst naar de majesteit van Allah, de grootsheid van Zijn macht, Zijn heerschappij en volledige soevereiniteit.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عَن أَبي هُرَيْرَةَ، قَالَ: قَامَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ فِي صَلاَةٍ وَقُمْنَا مَعَهُ، فَقَالَ أَعْرَابِيٌّ وَهُوَ فِي الصَّلاَةِ: اللَّهُمَّ ارْحَمْنِي وَمُحَمَّدًا، وَلاَ تَرْحَمْ مَعَنَا أَحَدًا. فَلَمَّا سَلَّمَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ لِلْأَعْرَابِيِّ: «لَقَدْ حَجَّرْتَ وَاسِعًا» يُرِيدُ رَحْمَةَ اللهِ.رواه البخاري
عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ قَالَ: سَمِعْتُ النَّبِيَّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ: «إِنَّ اللَّهَ قَالَ: إِذَا ابْتَلَيْتُ عَبْدِي بِحَبِيبَتَيْهِ فَصَبَرَ، عَوَّضْتُهُ مِنْهُمَا الجَنَّةَ» يُرِيدُ: عَيْنَيْهِ.رواه البخاري
أَنَّ رَسُولَ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ مَرَّ عَلَى صُبْرَةِ طَعَامٍ فَأَدْخَلَ يَدَهُ فِيهَا، فَنَالَتْ أَصَابِعُهُ بَلَلًا فَقَالَ: «مَا هَذَا يَا صَاحِبَ الطَّعَامِ؟» قَالَ أَصَابَتْهُ السَّمَاءُ يَا رَسُولَ اللهِ، قَالَ: «أَفَلَا جَعَلْتَهُ فَوْقَ الطَّعَامِ كَيْ يَرَاهُ النَّاسُ؟ @مَنْ غَشَّ فَلَيْسَ مِنِّي».رواه مسلم