Hadith for the World
De jurisprudentie en zijn grondbeginsels

Jurisprudentie van aanbiddingen

231 hadiths

231 hadiths

Ibn 'Abbās (moge Allah tevreden met hen zijn) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei tegen een vrouw van de Ansar, genaamd door Ibn Abbas (maar ik ben haar naam vergeten): "Waarom heb je niet met ons de Hadj verricht?" Ze antwoordde: "We hadden slechts twee kamelen die we offerden. Mijn man en zoon verrichtten de Hadj met één van hen, en de andere lieten ze voor ons achter om te offeren." De profeet (vrede zij met hem) zei toen : "Wanneer de maand Ramadan komt, verricht dan Umrah, want het is gelijk aan de Hadj."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن فَضَالَةُ بنُ عُبَيْدٍ وسلمان الفارسي وعقبة بن عامر الجهني رضي الله عنهم مرفوعاً: «كُلُّ مَيِّتٍ يُخْتَمُ على عَمَلِهِ إلا الُمرَابِطَ في سبيل الله، فإنه يَنْمِي لَهُ عَمَلَهُ يوم القيامة، ويُؤَمَّنُ فتنة القبر».رواه أبو داود والترمذي وأحمد من حديث فضالة -رضي الله عنه
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Degene die de Hadj verricht, geen gemeenschap heeft(omdat dat tijdens de Hadj niet mag wel erna) en Allah ﷻ niet ongehoorzaam is, keert vrij van zonden terug. Net zoals de dag waarop zijn moeder hem baarde.”Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar , heeft gezegd: O boodschapper van Allah, wij beschouwen de jihad als het meest voortreffelijke daad. Moeten we dan niet strijden?" Hij zei: "Nee, maar het meest voortreffelijke van jihad is een welverdiende bedevaart."Overgeleverd door Al-Boekhari
Van Ibn Omar (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wanneer Allah op de Dag des Oordeels de eersten en de laatsten bijeenbrengt, zal voor elke verrader een banier worden opgeheven. Dan zal er worden gezegd: ‘Dit is de verraadshandeling van die-en-die, zoon van die-en-die."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn, over hen beiden) zei: In sommige expedities van de profeet (vrede zij met hem) werd een vrouw vermoord aangetroffen. De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) veroordeelde het doden van vrouwen en kinderen.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن أبي أوفى رضي الله عنه أَنَّ رسول الله صلى الله عليه وسلم فِي بَعْض أَيَّامه التي لَقِي فيها العدو انتظر، حتى إذا مَالَتِ الشمس قام فِيهم، فقال: «أَيُّها الناس، لا تَتَمَنَّوْا لِقَاء الْعَدُوِّ، وَاسْأَلوا الله الْعافية فَإِذا لَقِيتموهم فَاصْبِرُوا، وَاعلموا أَنَّ الْجَنَّة تحت ظِلال السُّيوف ثُمَّ قَال النَّبِي صلى الله عليه وسلم: اللهمَّ مُنزِلَ الْكتاب، وَمُجْرِيَ السَّحاب، وَهازم الأَحْزاب: اهْزِمهم، وَانصُرنا علَيهم».متفق عليه
Van Sahl ibn Sa'd al-Sa'idi (moge Allah tevreden zijn met hem) wordt overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Het doorbrengen van één dag in het aan de zaak van Allah gewijde dienst is beter dan de wereld en alles wat erop is. En de plek van de zweep van een van jullie in het Paradijs is beter dan de wereld en alles wat erop is. En de wandeling die een dienaar maakt in de ochtend of de avond in de zaak van Allah is beter dan de wereld en alles wat erop is."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Moesa (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) werd gevraagd over een man die moedig, trots en ijdel ten strijde trekt, welke van deze eigenschappen is in de weg van Allah? De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) antwoordde: "Degene die strijdt opdat het Woord van Allah het hoogste is, die strijdt op de weg van Allah."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم : «ما من مَكْلُومٍ يُكْلَمُ في سبيل الله، إلا جاء يومَ القيامة، وكَلْمُهُ يَدْمَى: اللَّونُ لَوْنُ الدَّمِ، والرِّيحُ رِيحُ المِسْكِ».متفق عليه
عن عَبْد اللهِ بن أبي أوفى رضي الله عنهما قال: «غَزَوْنَا مَعَ رَسُولِ الله صلى الله عليه وسلم سَبْعَ غَزَوَاتٍ، نَأْكُلُ الْجَرَادَ».متفق عليه
Van Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden zijn met hem , overgeleverd dat de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem , zei: "Wanneer jullie de oproep (Adzan) horen, zeg dan wat de moeadzin (oproeper tot het gebed) zegt."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Al-Moeghira (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Ik was op reis met de profeet (vrede zij met hem), en ik wilde mijn schoenen uittrekken. Hij zei: (Laat ze aan, want ik heb ze in een reine staat gemaakt). Toen wreef hij eroverheen.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن عمر رضي الله عنهما «أنَّ رسُول الله -صلَّى الله عليه وسلَّم- دَخَل مكَّة مِن كَدَاٍء، مِن الثَنِيَّة العُليَا التِّي بالبَطحَاءِ، وخرج من الثَنِيَّة السُفلَى».متفق عليه
Omar, moge Allah tevreden zijn met hem, zei: Hij kwam naar de zwarte steen en kuste deze. Hij zei: "Ik weet dat jij een steen bent, die noch schade toebrengt, noch voordeel biedt. Als ik de Profeet (vrede zij met hem) niet had gezien die jou kuste, dan zou ik jou niet gekust hebben.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Anas ibn Malik (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Richt jullie rijen gelijk, want het gelijk maken van de rijen behoort tot de voltooiing van het gebed".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Hoedhayfah (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd: Wanneer de profeet (vrede zij met hem) 's nachts opstond, poetste hij zijn tanden met een siwak.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن زيد بن عاصم المازني رضي الله عنه قال: (شُكِيَ إلى النبيِّ صلى الله عليه وسلم الرَّجلُ يُخَيَّلُ إِليه أنَّه يَجِد الشَّيء في الصَّلاة، فقال: لا ينصرف حتَّى يَسمعَ صَوتًا، أو يَجِد رِيحًا).متفق عليه
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Vreest iemand onder jullie niet dat wanneer hij zijn hoofd optilt vóór de imam, Allah zijn hoofd verandert in het hoofd van een ezel, of dat Allah zijn gezicht verandert in het gezicht van een ezel."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) zei: 'Ik heb de profeet (vrede zij met hem) horen zeggen: (Er is geen gebed in de aanwezigheid van het klaargemaakte eten, en ook niet wanneer men moet weerstaan aan de twee onhygiënische behoeften).Overgeleverd door Moeslim
Van Ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De profeet van Allah (vrede zij met hem), onderwees mij, terwijl zijn handen tussen mijn handen lagen, de tasjahhoed (de getuigenis in het gebed) zoals hij mij een hoofdstuk van de Koran zou onderwijzen : "De begroetingen zijn voor Allah, evenals de gebeden en de goede daden. Vrede zij met jou, o profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en de oprechte dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen god is dan Allah, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is." In een andere versie staat: "Vrede zij met jou, o profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en de oprechte dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen god is dan Allah, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is." Daarna zei de profeet: "Wanneer een van jullie tijdens het gebed zit, laat hem dan zeggen: 'Vrede zij met Allah, en de gebeden en de goede daden zijn voor Hem. Vrede zij met jou, o profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en de oprechte dienaren van Allah.' En laat hem dan kiezen wat hij wil vragen."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي موسى الأشعري رضي الله عنه قال: خَسَفَت الشمس على زمان رسول الله صلى الله عليه وسلم . فقام فَزِعًا، ويخشى أن تكون الساعة، حتى أتى المسجد، فقام، فصلى بأطول قيام وسجود، ما رأيته يفعله في صلاته قطُّ، ثم قال: إن هذه الآيات التي يُرْسِلُهَا الله عز وجل : لا تكون لموت أحد ولا لحياته، ولكن الله يُرْسِلُهَا يُخَوِّفُ بها عباده، فإذا رأيتم منها شيئا فَافْزَعُوا إلى ذكر الله و دُعَائِهِ وَاسْتِغْفَارِهِ.متفق عليه
Uit Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht te bidden en te zeggen: ''O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, tegen de bestraffing van het vuur, tegen de beproevingen van het leven en de dood, en tegen de beproeving van de valse Messias (de Antichrist).' En in een andere overlevering van Moslim staat: 'Wanneer een van jullie de laatste zit van het Tasjahoed afrondt, laat hij dan toevlucht zoeken bij Allah tegen vier dingen: De bestraffing van de Hel, de bestraffing van het graf, de beproevingen van het leven en de dood, en het kwaad van de valse Messias".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem ) zei: Wanneer de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) tijdens het gebed de takbir verrichtte, bleef hij even stil voordat hij begon met reciteren. Ik zei: 'O Boodschapper van Allah, bij mijn vader en moeder, wat zegt u tijdens deze stilte tussen de takbir en het reciteren?' Hij antwoordde: 'Ik zeg: "O Allah, houd mijn zonden ver van mij, zoals U het Oosten en het Westen van elkaar scheidt. O Allah, reinig mij van mijn zonden zoals een wit kleed gereinigd wordt van vlekken. O Allah, was mijn zonden met sneeuw, water en hagel."'"Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim