NL
De deugden en etiquette
Islamitische ethiek
67 hadiths
Etiquette van de geleerde en de leerling
6
Etiquette van het reciteren van de Heilige Koran
1
Etiquette van begroeting en toestemming
9
Etiquette van spreken en zwijgen
12
Etiquette van eten en drinken
11
Etiquette en regels van reizen
4
Etiquette van slapen en ontwaken
3
Etiquette van dromen
2
Etiquette van bezoek en toestemming vragen
3
Etiquette van niezen en geeuwen
3
Etiquette van het bezoeken van zieken
5
Kledingsetiquette
8
67 hadiths
Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: "Weten jullie wat kwaadsprekerij is?" Zij zeiden: "Allah en Zijn Boodschapper weten het beste." Hij zei: "Het is van je broeder zeggen wat hij niet graag heeft." Er werd gezegd: "En wat in geval dat het waar is wat ik over mijn broeder zeg?" Hij zei: "Als het waar is wat je over hem zegt, dan heb je over hem geroddeld en zo niet, dan heb je hem belasterd."
Overgeleverd door Moeslim
عن عبد الله بن مسعود رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : "إذا كنتم ثلاثة فلا يتناجى اثنان دون الآخَر، حتى تختلطوا بالناس؛ من أجل أن ذلك يحُزنه".
متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعاً: "لِيُسَلِّمِ الصغيرُ على الكبيرِ، والمارُّ على القاعدِ، والقليلُ على الكثيرِ" وفي رواية: "والراكبُ على الماشي".
متفق عليه
عن علي بن أبي طالب رضي الله عنه مرفوعاً: «إذا انْتَعَل أحدكم فليبدأ باليمين، وإذا نَزَعَ فليبدأ بالشمال، ولْتَكُن اليُمنى أولَهُما تُنْعَل، وآخِرَهُما تُنْزَع».
متفق عليه
Abu Ayyūb al-Ansāri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Het is voor een moslim onwettig om zijn medemoslim langer dan drie dagen niet te spreken. Wanneer zij elkaar ontmoeten, keren beiden elkaar de rug toe. Maar de beste van hen is degene die begint met het begroeten van de ander."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Ibn 'Omar (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: "De profeet (vrede zij met hem) zei: 'Allah zal niet genadig kijken naar degene die zijn kleding hoogmoedig voortsleept.'"
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن عمرو بن العاص رضي الله عنهما أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «من الكبائر شَتْمُ الرجل والديه» قيل: وهل يسبّ الرجل والديه؟ قال: «نعم، يسبّ أبا الرجل فيسبّ أباه، ويسبّ أمّه، فيسبّ أمّه».
متفق عليه
Volgens Abdoe Rahman ibn Abi Layla: Ik ontmoette Ka'ab ibn 'Oedjrah en hij zei: Mag ik je een geschenk geven? De profeet (vrede zij met hem) kwam naar ons toe, en we zeiden: O boodschapper van Allah, we hebben geleerd hoe we vrede moeten uitspreken over jou, maar hoe bidden we voor jou? Hij antwoordde: 'Zeg: 'O Allah, schenk zegeningen aan Mohammad en aan de familie van Mohammad, zoals U zegeningen schonk aan de familie van Ibrahim. U bent zeker prijzenswaardig, vol van glorie. O Allah, zegen Mohammad en de familie van Mohammad, zoals U de familie van Ibrahim zegende. U bent zeker prijzenswaardig, vol van glorie."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أنس رضي الله عنه أنه قَالَ لِثابِتٍ رحمه اللهُ: ألاَ أرْقِيكَ بِرُقْيَةِ رسولِ اللهِ صلى الله عليه وسلم ؟ قال: بلى، قال: «اللَّهُمَّ رَبَّ النَّاسِ، مُذْهِبَ البَأسِ، اشْفِ أنْتَ الشَّافِي، لاَ شَافِيَ إِلاَّ أنْتَ، شِفَاءً لاَ يُغَادِرُ سَقماً».
رواه البخاري
عن ثوبان رضي الله عنه عن النبي صلى الله عليه وسلم قَالَ: "إنَّ المسلِمَ إذا عادَ أخاه المسلِمَ، لم يَزَلْ في خُرْفَةِ الجَنَّةِ حتى يرجعَ"، قيل: يا رسولَ اللهِ ما خُرْفَةُ الجنَّةِ؟، قال: "جَنَاها".
رواه مسلم
عن أنس بن مالك رضي الله عنه عن رسول الله صلى الله عليه وسلم أنه كان إذا أكل طعاما، لعق أصابعه الثلاث. قال: وقال: «إذا سقطت لُقمة أحدكم فليُمِطْ عنها الأذى، وليأكلها ولا يَدَعْهَا للشيطان» وأمر أن تُسْلَتَ القَصْعَةُ، قال: «فإنكم لا تدرون في أيِّ طعامكم البركة» وعن جابر بن عبد الله رضي الله عنه أن رسولَ اللهِ صلى الله عليه وسلم قالَ: "إنّ الشيطانَ يَحضُرُ أحدَكُم عندَ كلِ شيءٍ من شَأنِه، حتى يَحضُرَهُ عندَ طعامِهِ، فإذا سَقطتْ لقمةُ أحدِكُم فليَأخُذْها فَلْيُمِطْ ما كانِ بها من أذى، ثم ليَأكُلْها ولا يَدَعْها للشيطانِ، فإذا فَرَغَ فليَلْعَقْ أصابعَهُ، فإنه لا يَدري في أيِّ طَعامه البركة"
حديث أنس رواه مسلم. حديث جابر رواه مسلم
Van Ibn Omar (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: "De profeet (vrede zij met hem) zei: “De gelijkenis van iemand die de Koran draagt, is als die van iemand die kamelen heeft vastgebonden: als hij hen zorgvuldig bewaakt, houdt hij ze vast; maar als hij hen loslaat, verdwijnen ze.”
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أنسٍ رضي الله عنه : أنّهُ مَرَّ على صِبْيَانِ، فَسَلَّمَ عليهم، وقالَ: كانَ النبيُّ صلى الله عليه وسلم يَفعلُهُ.
متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعاً: «من عُرِضَ عليه رَيْحَانٌ فلا يرده، فإنه خفيف الْمَحْمِلِ، طيب الريح».
رواه مسلم
Anas bin Malik, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: De Boodschapper van Allah,(moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Voorwaar, Allah is tevreden wanneer Zijn dienaar zijn maaltijd eet en Hem daarvoor prijst, of wanneer hij een slok drinkt en Hem daarvoor prijst."
Overgeleverd door Moeslim
Abdoellah bin Amr (moge Allah tevreden zijn met hen ), zei: Er was eens een man die de profeet (vrede zij met hem) vroeg: "Wat is de beste vorm van islam?' De profeet antwoordde: 'Het is om voedsel te delen en vrede te wensen aan degenen die je kent en zelfs aan degenen die je niet kent".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعًا: «بينما رجل يمشي في حُلَّةٍ تُعْجِبُهُ نَفْسُهُ، مُرَجِّلٌ رأسه، يَخْتَالُ في مَشْيَتهِ، إذ خَسَفَ اللهُ به، فهو يَتَجَلْجَلُ في الأرض إلى يوم القيامة".
متفق عليه
عن جابر رضي الله عنه قَالَ: كُنَّا إِذَا صَعِدْنَا كَبَّرْنَا، وَإِذَا نَزَلْنَا سَبَّحْنَا. عن ابن عمر رضي الله عنهما قالَ: كانَ النبيُّ صلى الله عليه وسلم وجيُوشُهُ إِذَا عَلَوا الثَّنَايَا كَبَّرُوا، وَإِذَا هَبَطُوا سَبَّحُوا.
حديث جابر -رضي الله عنه- رواه البخاري. حديث ابن عمر -رضي الله عنهما- رواه أبو داود
عن علي رضي الله عنه قال: سمعتُ رسولَ اللهِ صلى الله عليه وسلم يقول: « مَا مِنْ مُسْلِم يَعُودُ مُسْلِماً غُدْوة إِلاَّ صَلَّى عَلَيْهِ سَبْعُونَ ألْفَ مَلَكٍ حَتَّى يُمْسِي، وَإنْ عَادَهُ عَشِيَّةً إِلاَّ صَلَّى عَلَيْهِ سَبْعُونَ ألْفَ مَلَكٍ حَتَّى يُصْبحَ، وَكَانَ لَهُ خَرِيفٌ في الْجَنَّةِ».
رواه أبو داود والترمذي وابن ماجه وأحمد
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: De profeet (vrede zij met hem) zei: Wie zweerde en in zijn zwering het volgende zegt: "Bij al-Lat en al-Oezzah," die moet zeggen: "Er is geen god dan Allah." En wie tot zijn metgezel zei: "Kom, laten we dobbelen," die moet aalmoes geven.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
'Abdoellāh ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: 'Moge Allah het gelaat van een persoon verfraaien die iets van ons hoort en het zo doorgeeft als hij het heeft gehoord; wellicht is de boodschapper van het bericht meer inzichtelijker dan degene die het heeft gehoord.'
Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «لا ينبغي لصِدِّيق أن يكون لعَّانًا».
رواه مسلم
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إذا قال الرَّجُل: هَلَكَ الناس، فهو أَهْلَكُهُم».
رواه مسلم
Van Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden zijn met hem, zei dat de boodschapper van Allah, vrede zij met hem , zei: "Niet naar de intieme delen van een ander kijken, noch een vrouw naar de intieme delen van een andere vrouw . Mannen mogen niet in afzondering zijn met andere mannen in één kledingstuk, evenmin als vrouwen alleen mogen zijn met andere vrouwen in één kledingstuk".
Overgeleverd door Moeslim
Previous page
Page 2 of 3
Next page