NL
Juridische aspecten van smeekbeden en gedenken van Allah
Algemene gedenkformules
5 hadiths
De leidraad van de profeet (vrede zij met hem) in het gedenken van Allah
5
Voordelen van het gedenken van Allah, de Verhevene
8
Gedenken van Allah in de ochtend en avond
4
Algemene gedenkformules
5
Gedenkformules bij het betreden en verlaten van het huis
2
أذكار الدخول والخروج من الخلاء
1
Gedenkformules bij het betreden en verlaten van de moskee
2
Gedenkformules voor moeilijke situaties
1
Gedenkformules voor specifieke gelegenheden
12
أحكام الدعاء
1
Etiquette van smeekbeden
2
Redenen voor het verhoren van smeekbeden en belemmeringen daarvan
4
Overgeleverde smeekbeden
18
5 hadiths
Jābir (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde De profeet ﷺ (vrede zij met hem) zeggen: "De beste dhikr is lā ilāha illa Allah (er is geen god dan Allah), en de beste smeekbede is Alhamdulillah (lof zij Allah)."
Overgeleverd door At-Tirmidhi, An-Nasa'i in al-Kubra en Ibn Maja
عن أبي سعيد الخدري رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : "الْبَاقِيَاتُ الصَّالِحَاتُ، لَا إلَهَ إلَّا اللَّهُ، وَسُبْحَانَ اللَّهِ، وَاَللَّهُ أَكْبَرُ، وَالْحَمْدُ لِلَّهِ، وَلَا حَوْلَ وَلَا قُوَّةَ إلَّا بِاَللَّهِ".
رواه ابن حبان والحاكم، أما النسائي فرواه في الكبرى لكن من حديث أبي هريرة
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De twee woorden die heel licht zijn op de tong, maar zwaar in de weegschaal en geliefd bij de Barmhartige: Subhannallah Al'adiem (Glorie zij God), Subhannallah wa bihamdihi (Dankbaarheid voor Allah)."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Want wanneer ik zeg: "Subhannallah (Glorieus is Allah), Wa alhamdullilah (alle lof zij Allah), Wa la illaha illa Allah (er is geen god dan Allah), Allahu Akbar (Allah is de grootste)", is het meer geliefd voor mij dan wat de zon opkomt."
Overgeleverd door Moeslim
عَنْ أَبِي مَالِكٍ الْأَشْجَعِيُّ عَنْ أَبِيهِ قَالَ: كَانَ الرَّجُلُ إِذَا أَسْلَمَ عَلَّمَهُ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ الصَّلَاةَ، ثُمَّ أَمَرَهُ أَنْ يَدْعُوَ بِهَؤُلَاءِ الْكَلِمَاتِ: «اللهُمَّ اغْفِرْ لِي وَارْحَمْنِي وَاهْدِنِي وَعَافِنِي وَارْزُقْنِي». وَفِي رِوَايَةٍ: أَنَّهُ سَمِعَ النَّبِيَّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ وَأَتَاهُ رَجُلٌ، فَقَالَ: يَا رَسُولَ اللهِ كَيْفَ أَقُولُ حِينَ أَسْأَلُ رَبِّي؟ قَالَ: «قُلْ: اللهُمَّ اغْفِرْ لِي وَارْحَمْنِي وَعَافِنِي وَارْزُقْنِي» وَيَجْمَعُ أَصَابِعَهُ إِلَّا الْإِبْهَامَ «فَإِنَّ هَؤُلَاءِ تَجْمَعُ لَكَ دُنْيَاكَ وَآخِرَتَكَ».
رواه مسلم