NL
Topic
Geloofsleer
135 hadiths
Geloof in Allah de Verhevene
44
Geloof in de Engelen
9
Geloof in de Boodschappers
12
Geloof in de Laatste Dag
26
Geloof in de Voorbeschikking en het Lot
8
De namen en de voorschriften
22
De Metgezellen
7
De familie van de profeet
7
Loyaliteit en afkeer
4
135 hadiths
عن أبي موسى رضي الله عنه قال: سَمَّى لنا رسولُ الله صلى الله عليه وسلم نفْسَه أسْماءً منها ما حَفِظْنا فقال: «أنا محمد، وأحمد، والمُقَفِّي، والحاشِر، ونبي الرَّحمة، قال يزيد: ونبِيُّ التوبة ونَبِيُّ المَلْحَمة».
رواه مسلم وأحمد
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أن النبي صلى الله عليه وسلم رأى نُخْامَة في القِبْلَة، فَشَقَّ ذلك عليه حتى رُئِي في وجْهِه، فقام فَحَكَّه بِيَده، فقال: «إن أحدكم إذا قام في صلاته فإنه يُنَاجِي رَبَّه، أو إن رَبَّه بينه وبين القِبْلَة، فلا يَبْزُقَنَّ أحدُكم قِبَل قِبْلتِه، ولكن عن يَسَاره أو تحت قَدَمَيه» ثم أخذ طَرف رِدَائِه، فَبَصَقَ فيه ثم ردَّ بَعْضَهُ على بعض، فقال: «أو يفعل هكذا».
متفق عليه
Overgeleverd door Aisha, de moeder van de gelovigen ( moge Allah tevreden zijn met haar ): Oem Salama vertelde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) over een kerk die ze had gezien in het land van Habasja (Abessinië), genaamd Maria. Ze beschreef de beelden die ze daar had gezien. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reageerde door te zeggen: "Dit zijn de mensen die, wanneer een rechtvaardige dienaar of man onder hen sterft, een plaats van aanbidding bouwen over zijn graf en afbeeldingen daarvan maken. Bij Allah, zij behoren tot de slechtste van de schepselen."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Aboe Sa'eed al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vzmh) zei: "Beledig mijn metgezellen niet. Als een van jullie een hoeveelheid goud zou uitgeven ter grootte van de berg Oehoed, zou het niet eens gelijk staan aan een handvol of zelfs een deel van wat zij hebben uitgegeven."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن المسور بن مخرمة رضي الله عنهما مرفوعًا: «فاطمة بَضْعة مني، فمَن أغضبها أغضبني».
متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال النبي صلى الله عليه وسلم : «مَن أحبَّ الحسن والحُسين فقد أحبَّني، ومَن أبغضهما فقد أبغضني».
رواه ابن ماجه وأحمد
عن أبي هريرة رضي الله عنه ، قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «خيرُكم خيركم لأهلي مِن بعدي». قال: فباع عبد الرحمن بن عوف حديقةً بأربع مائة ألف، فقسَّمها في أزواج النبي صلى الله عليه وسلم .
رواه ابن أبي عاصم والحاكم
عن أبي موسى رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «كَمُل من الرجال كثير، ولم يَكمُل من النساء: إلا آسية امرأة فرعون، ومريم بنت عِمران، وإنَّ فضلَ عائشة على النساء كفضل الثَّرِيد على سائر الطعام».
متفق عليه
عن عبد الرحمن بن أبي عميرة وكان من أصحاب رسول الله صلى الله عليه وسلم عن النبي صلى الله عليه وسلم أنه قال لمعاوية: «اللهم اجعله هاديًا مَهْديًّا واهدِ به».
رواه الترمذي وأحمد
عن أبي عزة الهذلي رضي الله عنه قال قال رسول الله صلى الله وسلم: «إذا أراد اللهُ قَبْضَ عبد بأرض جعلَ له بها حاجة».
رواه الترمذي وأحمد وأبو داود الطيالسي
Van Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn met hen) dat de boodschapper van Allah, (vrede zij met hem) zei: "Wanneer een van jullie sterft, wordt zijn plaats voor de ochtend en de avond aan hem getoond: als hij tot de bewoners van het Paradijs behoort, dan is zijn plaats in het Paradijs en als hij tot de bewoners van het Vuur behoort, dan is zijn plaats in het Vuur. Er wordt gezegd: Dit is jouw plaats, totdat Allah je op de Dag van de Opstanding zal opwekken."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أسامة بن زيد رضي الله عنهما قال: أشرفَ النبيُّ صلى الله عليه وسلم على أُطُم من آطام المدينة، فقال: «هل ترون ما أرى؟» قالوا: لا، قال: «فإنِّي لأرى الفتنَ تقع خِلال بيوتكم كوَقْع القَطْر».
متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إن لله تِسْعَةً، وتِسْعِينَ، اسْمًا، مِائَةً إلا واحدا مَنْ أَحْصَاهَا دخل الجنة».
متفق عليه
Van Abdoellah ibn Oemar (moge Allah tevreden zijn met hen ): De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Islam is gebouwd op vijf pijlers: De getuigenis dat er geen god is dan Allah, en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van aalmoezen, het verrichten van de bedevaart naar het Huis (de Ka°aba in Mekka), en het vasten tijdens de maand ramadan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Abu Sa'īd al-Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: Degene onder jullie die een slechte daad ziet, laat hem deze met zijn hand veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn tong. En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn hart. En dat is het zwakste niveau van geloof
Overgeleverd door Moeslim
Abu Mālik al-Ash'ari (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Reinheid is de helft van het geloof, al-hamdulillāh (lof zij Allah) vult de Weegschaal, en subhān Allah wa al-hamdulillāh (glorie en lof zij Allah) vult wat tussen de hemelen en de aarde is. Gebed is licht, liefdadigheid is bewijs, geduld is schittering, en de Koran is een argument voor of tegen jou. Iedereen ontwaakt 's ochtends en verkoopt zijn ziel: hij bevrijdt het of veroordeelt het tot vernietiging."
Overgeleverd door Moeslim
Mu'ādh (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik reed achter de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op een ezel genaamd 'Ufayr. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen over hem zijn) vroeg: "O Mu'ādh, weet jij wat het recht van Allah op Zijn dienaren is en wat het recht van Zijn dienaren op Hem is?" Ik antwoordde: "Allah en Zijn Boodschapper weten dat het beste." Hij zei: "Allah's recht op Zijn dienaren is dat zij Hem aanbidden en geen deelgenoten met Hem associëren. En het recht van de dienaren op Allah is dat Hij degene die geen deelgenoten met Hem verbindt niet straft." Ik zei: "O Boodschapper van Allah, moet ik de mensen niet op de hoogte brengen van dit goede nieuws?" Hij zei: "Breng hen er niet van op de hoogte, opdat zij er niet op gaan leunen ( zonder te handelen) "
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Jābir (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Een man kwam naar de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) en zei: "O Boodschapper van Allah, wat zijn de twee geboden?" Hij zei: "Wie sterft terwijl hij niets met Allah associeert zal het Paradijs binnengaan en wie sterft terwijl hij iets met Allah associeert zal het Hellevuur binnengaan."
Overgeleverd door Moeslim
'Ā'ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) rapporteerde: Ik zei: "O Boodschapper van Allah, Ibn Jud'ān had de gewoonte om verwantschapsbanden in stand te houden en de armen te voeden tijdens de Jāhiliyyah (pre-islamitische tijdperk van onwetendheid). Zal dit hem ten goede komen?" Hij zei: "Het zal hem niet baten, want hij heeft nooit gezegd: Mijn Heer, vergeef mijn zonden op de Dag des Oordeels."
Overgeleverd door Moeslim
Van Soefyan ibn Abdoelah al-Thaqafi (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: Ik vroeg: "O boodschapper van Allah, zeg mij iets over de islam waarnaar ik niemand anders zal vragen dan u ." Hij zei: "Zeg: 'Ik geloof in Allah, en blijf standvastig."
Overgeleverd door Moeslim en Ahmed
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Het Uur zal niet komen voordat de zon opkomt vanuit het westen, en wanneer zij opkomt en de mensen haar zien, zullen zij allen geloven. Maar dat zal de tijd zijn waarin het geloof niet meer baat voor hen die voorheen niet geloofden, of voor hen die niet iets goeds deden door hun geloof" [Soera al-An'ām: 158]. Het Uur zal zeker komen, dat twee personen, die een kleed tussen zich in spreiden, niet in staat zullen zijn hun koopje af te maken, noch zullen zij in staat zijn het op te vouwen. Het Uur zal zeker komen wanneer een man de melk van zijn kameel draagt, maar niet in staat zal zijn om ervan te drinken. Het Uur zal zeker komen wanneer iemand niet in staat zal zijn om de tank klaar te maken om zijn vee daaruit water te geven. En het Uur zal zeker komen wanneer iemand van jullie zijn voedsel naar zijn mond heeft gebracht, maar het niet kan eten."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Jullie vuur is een zevenenzeventigste deel van het Hellevuur." Er werd gezegd: "O boodschapper van Allah, het zou genoeg zijn geweest." Daarop zei hij: "Het is negenenzestig delen meer dan (de hitte van) het vuur in deze wereld, waarbij elk van hen gelijk is aan de hitte ervan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
'Abdullāh ibn 'Amr ibn al-'Ās (moge Allah tevreden met hen zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: "Allah bepaalde het lot van de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde schiep." Hij zei: " Zijn Troon is op het water."
Overgeleverd door Moeslim
Overgeleverd door Abdoellah ibn Amr ibn al-'As (moge Allah tevreden zijn met hem ) dat hij de profeet (vrede en zegeningen zij met hem), hoorde zeggen: Wanneer jullie de moedzin horen, zeg dan hetzelfde als wat hij zegt. En doe vervolgens een smeekbede voor mij, want wie één gebed voor mij uitspreekt, daarvoor zal Allah tien gebeden uitspreken. Vraag daarna Allah voor mij de 'wassilah' (speciale positie in het Paradijs), want het is een plaats in het Paradijs die alleen geschikt is voor een dienaar van Allah's dienaren, en ik hoop dat ik degene ben. Dus wie de 'wassilah' voor mij vraagt, voor hem zal de voorspraak worden toegestaan.
Overgeleverd door Moeslim
Previous page
Page 5 of 6
Next page