NL
Geloofsleer
Geloof in de Laatste Dag
26 hadiths
Het leven in het graf
2
Tekenen van het Uur
4
Het Hiernamaals
15
26 hadiths
Van Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem heeft gezegd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De eerste zaak waarover op de Dag des Oordeels zal worden geoordeeld, is het vergieten van bloed".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Annas (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Een man vroeg de profeet (vrede zij met hem) naar het tijdstip van het Laatste Uur. De profeet antwoordde: "En wat heb je daarvoor voorbereid?" De man zei: "Niets, behalve dat ik van Allah en zijn boodschapper houd." De profeet (vrede zij met hem) zei toen: "Je zult zijn bij degenen van wie je houdt." Annas zei: "Wij zijn nooit zo blij geweest om iets als om de woorden van de profeet (vrede zij met hem): 'Je zult zijn bij degenen van wie je houdt.'" Annas vervolgde: "Ik houd van de profeet (vrede zij met hem), Aboe Bakr en Omar, en ik hoop dat ik met hen zal zijn vanwege mijn liefde voor hen, zelfs als mijn daden niet gelijk zijn aan die van hen.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن مرداس الأسلمي رضي الله عنه قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ -صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ-: «يذهب الصالحون الأول فالأول، ويبقى حُثَالَةٌ كَحُثَالَةِ الشعير أو التمر لا يُبَالِيهُم الله بَالَةً».
رواه البخاري
Van Zainab bint Djahsh (moge Allah tevreden zijn met haar ), dat de profeet (vrede zij met hem) bij haar binnenkwam terwijl hij verontrust was, zeggend: "Er is geen god dan Allah! Wee de Arabieren vanwege een naderend kwaad. Vandaag zijn de barrières van Ya'juj en Ma'juj geopend zoals deze." Hij haakte met zijn duim en die daarna kwam. Zainab bint Djahsh zei: "O boodschapper van Allah, zullen wij worden vernietigd terwijl er onder ons rechtvaardigen zijn?" Hij zei: "Ja, als het kwaad overvloedig wordt."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن معاذ بن أنس رضي الله عنه مرفوعًا: «مَن كَظَمَ غَيظًا، وَهُو قادر على أن يُنفِذَه، دَعَاه الله سبحانه وتعالى على رؤوس الخَلاَئِق يوم القيامة حتَّى يُخَيِّره من الحُور العَين مَا شَاء».
رواه أبو داود والترمذي وابن ماجه وأحمد
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعًا: «إِنَّ الله تَعَالى يَقُول يَوْمَ القِيَامَة: أَيْنَ المُتَحَابُّونَ بِجَلاَلِي؟ اليَوم أُظِلُّهُم فِي ظِلِّي يَوْمَ لاَ ظِلَّ إِلاَّ ظِلِّي».
رواه مسلم
Vanuit Oebada (moge Allah tevreden zijn met hem ) van de profeet (vrede zij met hem) is overgeleverd: "Degenen die getuigen dat er geen god is dan Allah, en Hij is de Enige, geen deelgenoten heeft; en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, en dat Jezus Zijn dienaar en boodschapper is en Zijn woord dat Hij naar Mariam zond, en een Geest van Hem; en dat het paradijs waar is en de hel waar is; Allah zal hem het paradijs binnenvoeren op basis van zijn daden".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن معاذ بن جبل رضي الله عنه عن رسول الله صلى الله عليه وسلم أنه قال: «قَالَ اللهُ -عَزَّ وجَلَّ-: المُتَحَابُّون فِي جَلاَلِي، لَهُم مَنَابِرُ مِن نُورٍ يَغْبِطُهُم النَبِيُّونَ والشُهَدَاء».
رواه الترمذي وأحمد
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إنَّ في الجنَّة مائةَ دَرَجَة أعَدَّهَا الله للمُجاهِدين في سَبِيل الله ما بَيْنَ الدَّرَجَتَيْنِ كما بين السماء والأرض».
رواه البخاري
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Wie uitstel verleent aan een onvermogende of een deel van zijn schuld kwijtscheldt, Allah zal hem op de Dag des Oordeels overschaduwen in de schaduw van Zijn Troon, op een Dag waarop er geen schaduw zal zijn behalve de Zijne."
Overgeleverd door At-Tirmidhi en Ahmed
Van Aboe Barzah Al-Aslami, moge Allah tevreden zijn over hem , zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei:" "Op de Dag des Oordeels zal de voet van een dienaar niet van zijn plaats komen totdat hij wordt ondervraagd over hoe hij zijn tijd heeft besteed, wat hij heeft gedaan met zijn kennis, waar zijn rijkdom vandaan kwam en hoe hij het heeft besteed, en hoe hij zijn lichaam heeft gebruikt".
Overgeleverd door At-Tirmidhi
عن أبي أمامة رضي الله عنه قال: سمعتُ رسولَ اللهِ صلى الله عليه وسلم يقولُ: «اقْرَؤُوا القرْآنَ؛ فَإنَّهُ يَأتِي يَوْمَ القِيَامَةِ شَفِيعًا لأَصْحَابِهِ».
رواه مسلم
عن جابر بن عبد الله رضي الله عنهما قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «يُبْعَثُ كلُّ عبدٍ على ما مات عليه».
رواه مسلم
Djarier ibn ‘Abdoellah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: We waren bij de profeet (vrede zij met hem) op een nacht toen hij naar de maan keek - de volle maan- en zei: ''Jullie zullen jullie Heer zien zoals jullie deze maan zien, en niets zal Zijn zichtbaarheid voor jullie verhinderen. Als jullie kunnen, probeer dan niet te falen in het verrichten van een gebed voor zonsopgang en voor zonsondergang.' Hij reciteerde vervolgens: 'En prijs de lof van jouw Heer voordat de zonsopgang komt en voordat de zon ondergaat.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Dardā' (moge Allah tevreden zijn met hem) zei, de profeet (vrede zij met hem) zei: "Wie tien verzen uit het begin van Soerah al-Kahf (de Grot) uit zijn hoofd leert, wordt beschermd tegen de Dajjal." In een andere overlevering staat: "Van het einde van Soera al-Kahf."
Overgeleverd door Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : « سَيْحَانُ وَجَيْحَانُ وَالفُرَاتُ والنِّيل كلٌّ من أنهار الجنة».
رواه مسلم
عن أنس بن مالك رضي الله عنه مرفوعاً: «إنَّ الكافر إذا عمل حسنة، أُطْعِمَ بها طُعْمَةً من الدنيا، وأما المؤمن فإِنَّ اللهَ تعالى يدخر له حسناته في الآخرة، ويُعْقِبُهُ رزقًا في الدنيا على طاعته». وفي رواية: «إنَّ الله لا يظلم مؤمنا حسنة، يُعْطَى بها في الدنيا، ويُجْزَى بها في الآخرة، وأما الكافر فَيُطْعَمُ بحسنات ما عمل لله تعالى في الدنيا، حتى إذا أفضى إلى الآخرة، لم يكن له حسنة يُجْزَى بها».
رواه مسلم
Van Moe'awiya (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: 'Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "De oproepers tot het gebed (moedhins) zullen de langste nekken hebben op de Dag der Opstanding."'
Overgeleverd door Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «على أَنْقَابِ المدينةِ ملائكةٌ لا يدخلُها الطَّاعونُ، ولا الدَّجَّالُ».
متفق عليه
Jabir ibn Abdullah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei, dat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: "Wie, wanneer hij de oproep tot het gebed hoort, zegt: “O Allah, Heer van deze volmaakte oproep en van het op te dragen gebed, schenk Mohammad de intercessie en de verhevenheid en verhef hem naar de geprezen positie die U hem hebt beloofd, (Allāhumma rabba hādhihi ad-daʿwati at-tāmmati, waṣ-ṣalāti al-qā'imati, āti Muḥammadan al-wasīlata wa-l-faḍīlata, wabʿath-hu maqāman maḥmūdan alladhī waʿadtah) zal mijn voorspraak verkrijgen op de Dag des Oordeels".
Overgeleverd door Al-Boekhari
Van Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn met hen) dat de boodschapper van Allah, (vrede zij met hem) zei: "Wanneer een van jullie sterft, wordt zijn plaats voor de ochtend en de avond aan hem getoond: als hij tot de bewoners van het Paradijs behoort, dan is zijn plaats in het Paradijs en als hij tot de bewoners van het Vuur behoort, dan is zijn plaats in het Vuur. Er wordt gezegd: Dit is jouw plaats, totdat Allah je op de Dag van de Opstanding zal opwekken."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Het Uur zal niet komen voordat de zon opkomt vanuit het westen, en wanneer zij opkomt en de mensen haar zien, zullen zij allen geloven. Maar dat zal de tijd zijn waarin het geloof niet meer baat voor hen die voorheen niet geloofden, of voor hen die niet iets goeds deden door hun geloof" [Soera al-An'ām: 158]. Het Uur zal zeker komen, dat twee personen, die een kleed tussen zich in spreiden, niet in staat zullen zijn hun koopje af te maken, noch zullen zij in staat zijn het op te vouwen. Het Uur zal zeker komen wanneer een man de melk van zijn kameel draagt, maar niet in staat zal zijn om ervan te drinken. Het Uur zal zeker komen wanneer iemand niet in staat zal zijn om de tank klaar te maken om zijn vee daaruit water te geven. En het Uur zal zeker komen wanneer iemand van jullie zijn voedsel naar zijn mond heeft gebracht, maar het niet kan eten."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Jullie vuur is een zevenenzeventigste deel van het Hellevuur." Er werd gezegd: "O boodschapper van Allah, het zou genoeg zijn geweest." Daarop zei hij: "Het is negenenzestig delen meer dan (de hitte van) het vuur in deze wereld, waarbij elk van hen gelijk is aan de hitte ervan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Overgeleverd door Abdoellah ibn Amr ibn al-'As (moge Allah tevreden zijn met hem ) dat hij de profeet (vrede en zegeningen zij met hem), hoorde zeggen: Wanneer jullie de moedzin horen, zeg dan hetzelfde als wat hij zegt. En doe vervolgens een smeekbede voor mij, want wie één gebed voor mij uitspreekt, daarvoor zal Allah tien gebeden uitspreken. Vraag daarna Allah voor mij de 'wassilah' (speciale positie in het Paradijs), want het is een plaats in het Paradijs die alleen geschikt is voor een dienaar van Allah's dienaren, en ik hoop dat ik degene ben. Dus wie de 'wassilah' voor mij vraagt, voor hem zal de voorspraak worden toegestaan.
Overgeleverd door Moeslim
Page 1 of 2
Next page