NL
Vrijwillig gebed (nawafil)
Soenna-gebeden voor en na verplichte gebeden (rawatib)
6 hadiths
فضل صلاة التطوع
2
Soenna-gebeden voor en na verplichte gebeden (rawatib)
6
Nachtgebed (qiyaam al-layl)
19
صلاة العيدين
1
صلاة الضحى
1
Gebed voor leiding bij keuzes (salat al-istikhara)
1
6 hadiths
Aisha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: "Dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) bij geen enkele vrijwillige aanbidding zo zorgvuldig en standvastig was, noch er zoveel ijver en toewijding voor aan de dag legde, als voor de twee aanbevolen gebedsrak‘aat vóór het ochtendgebed (fadjr)."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن حفصة رضي الله عنها «أن النبي صلى الله عليه وسلم كان يُصلي ركعتين خَفيفتين بعد ما يَطلع الفجر»، وفي رواية: قبل أن تُقام الصلاة.
رواه البخاري
Overgeleverd door Aisha, de moeder van de gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar): "Het wordt overgeleverd dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) vier gebedseenheden vóór de Duhr-gebed en twee gebedseenheden vóór de Fajr-gebed niet na liet."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Het wordt overgeleverd door Oemm Ḥabibah (moge Allah tevreden met haar zijn), de echtgenote van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), die zei: “Ik heb de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) horen zeggen: “Wie vier gebedseenheden vóór het Duhr-gebed en vier gebedseenheden daarna onderhouden, zal door Allah voor de vlammen van het vuur worden beschermd."
رواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجه وأحمد
عن عائشة رضي الله عنها قالت: «كان رسول الله صلى الله عليه وسلم إذا سَكَتَ المؤذن بالأولى من صلاة الفجر قام، فركع ركعتين خفيفتين قبل صلاة الفجر، بعد أن يَسْتَبينَ الفجر، ثم اضطجع على شِقِّهِ الأيمن، حتى يأتيه المؤذن للإقامة».
متفق عليه
عن النعمان بن سالم عن عمرو بن أوس عن عنبسة بن أبي سفيان عن أم حبيبة زوج النبي صلى الله عليه وسلم أنها قالت: سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: «ما من عبد مسلم يصلي لله كل يوم ثنتي عشرة ركعةً تطوعًا غير فريضة إلا بنى الله له بيتًا في الجنة، أو إلا بني له بيت في الجنة» قالت أم حبيبة: فما برحت أصليهن بعد. وقال عمرو: ما برحت أصليهن بعد. وقال النعمان مثل ذلك.
رواه مسلم