NL
All hadiths
The complete card collection, filter by chapter
De Edele Koran en zijn wetenschappen
26
De Hadith en zijn wetenschappen
3
Geloofsleer
135
De jurisprudentie en zijn grondbeginsels
288
De deugden en etiquette
288
De da'wa (uitnodiging tot islam) en de verantwoording
15
De biografie en geschiedenis
38
655 hadiths
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde dat de profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Hebben jullie je ooit afgevraagd als een van jullie een rivier voor zijn deur had, waarin hij elke dag vijf keer zou baden, zou er dan iets van vuil achterblijven op zijn lichaam?" Ze antwoordden: "Nee, er zou niets van vuil op zijn lichaam achterblijven." De profeet (vrede zij met hem) zei: "Dat is zoals de vijf dagelijkse gebeden, waarmee Allah de zonden uitwist."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Nu'man ibn Bashir, moge Allah tevreden zijn over hem die zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: De gelijkenis van gelovigen in hun genegenheid, barmhartigheid en medeleven is als het lichaam; wanneer een deel ervan lijdt, roepen alle andere delen op tot slapeloosheid en koorts.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Ibn 'Abbās (moge Allah tevreden zijn met hen) rapporteerde: "De profeet van Allah, vrede en zegeningen zij met hem, placht bij nood te zeggen: "Er is geen god behalve Allah, de Almachtige, de Zachtmoedige. Er is geen god behalve Allah, Heer van de Grote Troon. Er is geen god behalve Allah, Heer van de hemelen, Heer van de aarde en Heer van de Edele Troon."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عائشة رضي الله عنها قالت: « خَسَفَتِ الشمس على عهد رسول الله صلى الله عليه وسلم فصَلَّى رسول الله صلى الله عليه وسلم بالناس. فأطال القيام، ثم ركع، فأطال الركوع، ثم قام، فأطال القيام -وهو دون القيام الأول- ثم ركع، فأطال الركوع -وهو دون الركوع الأول- ثم رفع فأطال القيام -وهو دون القيام الأول- ثم سجد، فأطال السجود، ثم فعل في الركعة الأخرى مثل ما فَعَل في الرَّكعة الأولى، ثم انصرف، وقد تَجَلَّتْ الشمس، فخَطَب الناس، فحَمِد الله وأَثْنَى عليه، ثُمَّ قال: إِنَّ الشَّمس والقمَر آيَتَان مِن آيات الله، لا ينْخَسِفَانِ لموت أحد ولا لِحَيَاته، فَإِذا رَأَيتُم ذلك فَادْعُوا اللَّه وكَبِّرُوا ، وصَلُّوا وتَصَدَّقُوا. ثم قال: يا أُمَّة مُحمَّد، واللهِ ما من أحد أغْيَرُ من الله أن يَزْنِيَ عبده أو تَزْنِيَ أَمَتُهُ. يا أُمَّةَ محمد، والله لو تعلمون ما أعلم لَضَحِكْتُمْ قليلا ولَبَكَيْتم كثيرا». وفي لفظ: «فاسْتَكَمَل أَرْبَع رَكَعَاتٍ وَأَرْبَع سَجَدَاتٍ».
متفق عليه
عن عائشة رضي الله عنها قالت: «من كلِّ الليل أَوْتَرَ رسول الله صلى الله عليه وسلم : من أول الليل، وأوسطه، وآخره، وانتهى وِتْرُهُ إلى السَّحَرِ».
متفق عليه
Amr ibn Shu'aib heeft van zijn vader, die het weer van zijn grootvader heeft, overgeleverd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Leer jullie kinderen het gebed aan als ze zeven jaar oud zijn, en dwing hen ertoe als ze tien zijn, en laat hen gescheiden slapen".
Overgeleverd door Aboe Dawoed
عن عبد الله بن زيد بن عَاصِم المازِنِي رضي الله عنه قال: «خرج النبي صلى الله عليه وسلم يَسْتَسْقِي، فتَوَجَّه إلى القبلة يدْعو، وحَوَّل رِدَاءه، ثم صلَّى ركعتين، جَهَرَ فيهما بالقِراءة». وفي لفظ «إلى الْمُصَلَّى».
متفق عليه
Aboe Sa'īd al-Khoedri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: "De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: 'Wanneer één van jullie moet gapen, laat hem dan zijn hand voor zijn mond houden, want de duivel komt binnen.'"
Overgeleverd door Moeslim
Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: "Weten jullie wat kwaadsprekerij is?" Zij zeiden: "Allah en Zijn Boodschapper weten het beste." Hij zei: "Het is van je broeder zeggen wat hij niet graag heeft." Er werd gezegd: "En wat in geval dat het waar is wat ik over mijn broeder zeg?" Hij zei: "Als het waar is wat je over hem zegt, dan heb je over hem geroddeld en zo niet, dan heb je hem belasterd."
Overgeleverd door Moeslim
عن ابن عمر رضي الله عنهما مرفوعا: «الظلم ظلمات يوم القيامة». عن جابر رضي الله عنهما مرفوعا: «اتقوا الظلم، فإن الظلم ظلمات يوم القيامة، واتقوا الشُّحَ؛ فإنه أَهْلَكَ من كان قبلكم».
حديث ابن عمر -رضي الله عنهما-: متفق عليه. حديث جابر -رضي الله عنه-: رواه مسلم
Khawlah al-Ansāriyyah (moge Allah tevreden met haar zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: "Sommige mensen gaan oneerlijk om met het geld waar ze verantwoordelijk over zijn (dat het bij de arme aankomt). Zij zullen het Hellevuur op de Dag des Oordeels als straf krijgen."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Overgeleverd door Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ), dat de profeet (vrede zij met hem), zei: Wees op uw hoede voor vermoedens, want vermoedens zijn de onwaarste vorm van spraak. Bespioneer niet, onderzoek niet, benijd niet, wees niet vijandig jegens elkaar, maar wees dienaren van Allah als broeders.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Overgeleverd door Abdoellah ibn Mas'oed: De profeet (vrede zij met hem) zei: "Het beledigen van een moslim is een grove zonde, en hem doden is een daad van ongeloof".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن مسعود رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : "إذا كنتم ثلاثة فلا يتناجى اثنان دون الآخَر، حتى تختلطوا بالناس؛ من أجل أن ذلك يحُزنه".
متفق عليه
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Kijk naar degenen die onder jullie zijn en niet naar degenen die boven jullie staan, want dit is meer geschikt om de genade van Allah niet te verachten".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أنس بن مالك رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «كلُّ بني آدم خَطَّاءٌ، وخيرُ الخَطَّائِينَ التوابون».
رواه الترمذي وابن ماجه والدارمي وأحمد
Abu Dharr (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen met hem zijn) zegt: "Kleineer geen enkele goede daad, ook al is het je broeder tegemoet treden met een vrolijk gezicht."
Overgeleverd door Moeslim
Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: "De sterke man is niet degene die anderen kan overmeesteren; de sterke man is eerder degene die zichzelf onder controle heeft als hij boos wordt".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعاً: "لِيُسَلِّمِ الصغيرُ على الكبيرِ، والمارُّ على القاعدِ، والقليلُ على الكثيرِ" وفي رواية: "والراكبُ على الماشي".
متفق عليه
Op gezag van Abu Masoud Al-Ansari, moge Allah tevreden met hem zijn, die zei: Een man kwam naar de Profeet (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) en hij zei: "Mijn rendier is overleden, kan je mij een ander geven." Hij zei: "Ik heb geen." Een andere man zei: "O Boodschapper van Allah, ik zal hem leiden naar degene die hem één kan lenen." De Boodschapper van Allah, (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn), zei: "Hij die naar iets goeds leidt, zal dezelfde beloning krijgen als de dader van het goede "».
Overgeleverd door Moeslim
عن علي بن أبي طالب رضي الله عنه مرفوعاً: «إذا انْتَعَل أحدكم فليبدأ باليمين، وإذا نَزَعَ فليبدأ بالشمال، ولْتَكُن اليُمنى أولَهُما تُنْعَل، وآخِرَهُما تُنْزَع».
متفق عليه
Van Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Ik vroeg de profeet (vrede zij met hem): 'Welke zonde is de grootste voor Allah? Hij antwoordde: 'Dat je een gelijke aan Allah stelt, terwijl Hij jou geschapen heeft.' Ik zei: 'Dat is inderdaad een grote zonde.' Toen vroeg ik: 'En daarna?' Hij zei: 'Het doden van je eigen kind, uit vrees dat hij met jou zal voeden.' Ik vroeg: 'En daarna?' Hij zei: 'Het plegen van overspel met de vrouw van je buurman.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن عمرو بن العاص رضي الله عنهما مرفوعاً: "كُلُوا، وَاشْرَبُوا، وَتَصَدَّقُوا، وَالْبَسُوا، غَيْرَ مَخِيلَة، وَلَا سَرَف".
رواه ابن ماجه والإمام أحمد، وذكره البخاري في صحيحه تعليقًا مجزومًا به
Op gezag van Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, zei ze: De profeet, moge Allah Zijn gebeden en vrede met hem zijn, zei: "Vervloek de doden niet, want zij hebben het resultaat bereikt van wat zij gedaan hebben."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Previous page
Page 11 of 28
Next page