NL
All hadiths
The complete card collection, filter by chapter
De Edele Koran en zijn wetenschappen
26
De Hadith en zijn wetenschappen
3
Geloofsleer
135
De jurisprudentie en zijn grondbeginsels
288
De deugden en etiquette
288
De da'wa (uitnodiging tot islam) en de verantwoording
15
De biografie en geschiedenis
38
655 hadiths
Van Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden zijn met hem , overgeleverd dat de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem , zei: "Wanneer jullie de oproep (Adzan) horen, zeg dan wat de moeadzin (oproeper tot het gebed) zegt."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Al-Moeghira (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Ik was op reis met de profeet (vrede zij met hem), en ik wilde mijn schoenen uittrekken. Hij zei: (Laat ze aan, want ik heb ze in een reine staat gemaakt). Toen wreef hij eroverheen.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Al-Miqdam ibn 'Ma3diy karab, moge Allah tevreden met hem zijn, heeft overgeleverd dat de Profeet, vrede zij met hem, zei:" "Wanneer een man zijn broeder liefheeft, laat hem hem dan informeren dat hij van hem houdt (omwille van Allah)."
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi, An-Nasa'i in al-Kubra en Ahmed
Van Aisha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: De profeet (vrede zij met hem) hield van het gebruik van de rechterkant bij het aantrekken van zijn sandalen, bij het betreden en verlaten van plaatsen, bij zijn rituele reinheid en in al zijn zaken."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن عمر رضي الله عنهما «أنَّ رسُول الله -صلَّى الله عليه وسلَّم- دَخَل مكَّة مِن كَدَاٍء، مِن الثَنِيَّة العُليَا التِّي بالبَطحَاءِ، وخرج من الثَنِيَّة السُفلَى».
متفق عليه
Omar, moge Allah tevreden zijn met hem, zei: Hij kwam naar de zwarte steen en kuste deze. Hij zei: "Ik weet dat jij een steen bent, die noch schade toebrengt, noch voordeel biedt. Als ik de Profeet (vrede zij met hem) niet had gezien die jou kuste, dan zou ik jou niet gekust hebben.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أنَّ رَجُلاً كَانَ عِند النَبِيَّ صلى الله عليه وسلم فَمَرَّ رَجُلٌ بِهِ، فقال: يا رسول الله، أنِّي لَأُحِبُّ هَذَا، فَقَال لَهُ النَبِيُّ صلى الله عليه وسلم : «أَأَعْلَمْتَهُ؟» قال: لا. قال: «أَعْلِمْهُ»، فَلَحِقَهُ، فقال: إِنِّي أُحِبُّك فِي الله، فقال: أّحَبَّك الَّذِي أَحْبَبْتَنِي لَهُ.
رواه أبو داود والنسائي في الكبرى وأحمد
Anas ibn Malik (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Richt jullie rijen gelijk, want het gelijk maken van de rijen behoort tot de voltooiing van het gebed".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي موسى الأشعري رضي الله عنه قَالَ: قالَ رسول اللَّه -صَلّى اللهُ عَلَيْهِ وسَلَّم-: «إِنَّ مِنْ إِجْلاَلِ الله -تَعَالَى-: إِكْرَامَ ذِي الشَّيْبَةِ المُسْلِمِ، وَحَامِلِ القُرْآنِ غَيرِ الغَالِي فِيه، وَالجَافِي عَنْه، وَإِكْرَام ذِي السُّلْطَان المُقْسِط».
رواه أبو داود
Van Djabir ibn Abdoellah (moge Allah tevreden zijn met hen) , zei dat hij de profeet (vrede zij met hem), hoorde zeggen: "Wanneer een man zijn huis binnenkomt en de naam van Allah noemt bij het binnengaan en bij het eten, zegt de duivel: 'Jullie hebben geen onderdak en geen avondmaal.' Maar als hij zijn huis binnengaat zonder de naam van Allah te noemen bij het binnengaan, zegt de duivel: 'jullie hebben een plek om te overnachten.' En als hij zijn huis binnenkomt zonder de naam van Allah te noemen bij het eten, zegt de duivel: Jullie hebben een plek om te overnachten en een avondmaal."
Overgeleverd door Moeslim
Overgeleverd door Abdoellah ibn Amr ibn Al-'As, -moge Allah tevreden zijn met hen- , dat de profeet (vrede zij met hem) zei: De ernstige zonden zijn: het toekennen van deelgenoten aan Allah, het niet nakomen van de plichten jegens de ouders, het onrechtmatig doden van een ziel, en de verzwelgende eed.
Overgeleverd door Al-Boekhari
Van Abu Sa'id Al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem), zei : ''Voorwaar, de wereld is zoet en groen, en Allah heeft jullie als Zijn opvolgers in de wereld aangesteld om te zien hoe jullie je gedragen. Wees daarom bedachtzaam ten opzichte van de wereld en wees bedachtzaam ten opzichte van vrouwen, want de eerste beproeving van de Kinderen van Israël was gerelateerd aan vrouwen.'"
Overgeleverd door Moeslim
عن عمران بن حصين رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ رسولُ اللَّه -صَلّى اللهُ عَلَيْهِ وسَلَّم-: «الحَيَاءُ لاَ يَأْتِي إِلاَّ بِخَيرٍ». وفي رواية : «الحَيَاءُ خَيرٌ كُلُّهٌ» أو قال: «الحَيَاءُ كُلُّهُ خَيرٌ».
الرواية الأولى: متفق عليها. الرواية الثانية والثالثة: رواها مسلم
Overgeleverd door Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "O Allah, aan U heb ik mij overgegeven, in U heb ik geloofd, op U heb ik vertrouwd, naar U keer ik terug en voor U ga ik in discussie. O Allah, ik zoek toevlucht bij Uw majesteit, want er is geen god behalve U, dat U mij niet misleidt. U bent de Levende, die nooit sterft, terwijl de djinn en de mensen sterven".
متفق عليه، وهذا لفظ مسلم ورواه البخاري مختصرًا
كَانَ ابنُ عمرَ -رضِيَ الله عنهما- يَقُول لِلرَّجُل إِذَا أَرَادَ سَفَرًا: ادْنُ مِنِّي حَتَّى أُوَّدِعَكَ كَمَا كَان رسولُ الله -صلَّى الله عليه وسلَّم- يُوَدِّعُنَا، فَيقُول: «أَسْتَوْدِعُ الله دِينَكَ، وَأَمَانَتَكَ، وَخَوَاتِيمَ عَمَلِكَ». وعن عبد الله بن يزيد الخطمي رضي الله عنه- قال: كَانَ رسُول الله -صلَّى الله عليه وسلَّم- إِذَا أَرَادَ أَنْ يُوَدِّعَ الجَيشَ، قال: «أَسْتَودِعُ الله دِينَكُم، وَأَمَانَتَكُم، وخَوَاتِيمَ أَعْمَالِكُم».
الحديث الأول: رواه أبو داود، والتَرمذي واللفظ له، وابن ماجه والنسائي في الكبرى وأحمد. الحديث الثاني: رواه أبو داود والنسائي الكبرى
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: Ik heb de Profeet (vrede zij met hem) nooit volledig zien lachen zodat ik zijn huig kon zien. Hij glimlachte slechts.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Hoedhayfah (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd: Wanneer de profeet (vrede zij met hem) 's nachts opstond, poetste hij zijn tanden met een siwak.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن زيد بن عاصم المازني رضي الله عنه قال: (شُكِيَ إلى النبيِّ صلى الله عليه وسلم الرَّجلُ يُخَيَّلُ إِليه أنَّه يَجِد الشَّيء في الصَّلاة، فقال: لا ينصرف حتَّى يَسمعَ صَوتًا، أو يَجِد رِيحًا).
متفق عليه
Overgeleverd door Abu Huraira (moge Allah tevreden zijn over hem ), die zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: Een gelovige mag geen afkeer hebben van een gelovige vrouw vanwege een karaktertrek; als hij niet tevreden is met één van haar eigenschappen, dan zal hij blij zijn met een andere." Of hij zei: "een ander".
Overgeleverd door Moeslim
عن شقيق بن سلمة رحمه الله قال: كان ابن مسعود رضي الله عنه يُذَكِّرُنا في كل خميس، فقال له رجل: يا أبا عبد الرحمن، لَوَدِدْتُ أنك ذَكَّرْتَنا كل يوم، فقال: أما إنه يمنعني من ذلك أني أكره أن أُمِلَّكُم، وإني أَتَخَوَّلُكُم بالمَوْعِظَةِ، كما كان رسول الله صلى الله عليه وسلم يَتَخَوَّلُنَا بها مَخَافَةَ السَّآمَةِ علينا.
متفق عليه
عن عبد الله بن عمرو بن العاص رضي الله عنهما مرفوعاً: «ليس منا من لم يَرحمْ صغيرنا، ويَعرفْ شَرَفَ كبيرنا».
رواه أبو داود والترمذي وأحمد
عن يزيد بن حيان قال: انطلقت أنا وحُصين بن سَبْرَة وعمرو بن مسلم إلى زيد بن أرقم رضي الله عنه فلما جلسنا إليه قال له حصين: لقد لقيتَ يا زيد خيرًا كثيرًا، رأيتَ رسول الله صلى الله عليه وسلم وسمعتَ حديثه، وغزوتَ معه، وصليتَ خلفه: لقد لقيت يا زيد خيرًا كثيرًا، حدثنا يا زيد ما سمعت من رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: يا ابن أخي، والله لقد كَبِرَتْ سني، وقَدُمَ عهدي، ونسيتُ بعض الذي كنت أَعِي من رسول الله صلى الله عليه وسلم فما حدثتكم فاقبلوا، وما لا فلا تُكَلِّفُونِيهِ. ثم قال: قام رسول الله صلى الله عليه وسلم يومًا فينا خطيبًا بماء يُدعى خُمًّا بين مكة والمدينة، فحمد الله، وأثنى عليه، ووعظ وذكَّر، ثم قال: «أما بعد، ألا أيها الناس، فإنما أنا بشر يُوشِكُ أن يأتي رسول ربي فأُجِيبَ، وأنا تاركٌ فيكم ثَقَلَيْنِ: أولهما كتاب الله، فيه الهدى والنور، فخذوا بكتاب الله، واستمسكوا به»، فحَثَّ على كتاب الله، ورغَّبَ فيه، ثم قال: «وأهل بيتي أُذَكِّرُكُمُ اللهَ في أهل بيتي، أُذَكِّرُكُمُ اللهَ في أهل بيتي» فقال له حصين: ومن أهل بيته يا زيد، أليس نساؤه من أهل بيته؟ قال: نساؤه من أهل بيته، ولكن أهل بيته من حُرِمَ الصدقةَ بعده، قال: ومن هم؟ قال: هم آل علي، وآل عقيل، وآل جعفر، وآل عباس. قال: كل هؤلاء حُرِمَ الصدقةَ؟ قال: نعم. وفي رواية: «ألا وإني تاركٌ فيكم ثَقَلَيْنِ: أحدهما كتاب الله وهو حبل الله، من اتبعه كان على الهدى، ومن تركه كان على ضلالة».
رواه مسلم
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Vreest iemand onder jullie niet dat wanneer hij zijn hoofd optilt vóór de imam, Allah zijn hoofd verandert in het hoofd van een ezel, of dat Allah zijn gezicht verandert in het gezicht van een ezel."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Annas (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Een man vroeg de profeet (vrede zij met hem) naar het tijdstip van het Laatste Uur. De profeet antwoordde: "En wat heb je daarvoor voorbereid?" De man zei: "Niets, behalve dat ik van Allah en zijn boodschapper houd." De profeet (vrede zij met hem) zei toen: "Je zult zijn bij degenen van wie je houdt." Annas zei: "Wij zijn nooit zo blij geweest om iets als om de woorden van de profeet (vrede zij met hem): 'Je zult zijn bij degenen van wie je houdt.'" Annas vervolgde: "Ik houd van de profeet (vrede zij met hem), Aboe Bakr en Omar, en ik hoop dat ik met hen zal zijn vanwege mijn liefde voor hen, zelfs als mijn daden niet gelijk zijn aan die van hen.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Previous page
Page 2 of 28
Next page