NL
De jurisprudentie en zijn grondbeginsels
Jurisprudentie van aanbiddingen
231 hadiths
Reinheid
18
Gebed
126
Begrafenissen
11
Zakaat (armenbelasting)
13
Vasten
40
Bedevaart (Hadj) en kleine bedevaart (Umrah)
17
Al-Jihad
17
231 hadiths
Van ‘Oeqba ibn ‘Amir al-Joehani (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: “Er zijn drie momenten waarop de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) ons verbood om te bidden of onze overledenen te begraven: Wanneer de zon net opkomt totdat zij hoger aan de hemel staat, tijdens het hoogtepunt van de middag wanneer de zon recht boven staat totdat zij begint te dalen, En wanneer de zon richting zonsondergang helt totdat zij volledig ondergaat.”
Overgeleverd door Moeslim
عن جُبير بن مُطعم رضي الله عنه مرفوعًا: «لا تَمْنَعُوا أحدًا يطوف بهذا البيت، ويصلي أي سَاعة شاء من لَيل أو نَهار».
رواه أبو داود وأحمد والترمذي والنسائي وابن ماجه والدارمي
Jabir ibn Abdullah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei, dat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: "Wie, wanneer hij de oproep tot het gebed hoort, zegt: “O Allah, Heer van deze volmaakte oproep en van het op te dragen gebed, schenk Mohammad de intercessie en de verhevenheid en verhef hem naar de geprezen positie die U hem hebt beloofd, (Allāhumma rabba hādhihi ad-daʿwati at-tāmmati, waṣ-ṣalāti al-qā'imati, āti Muḥammadan al-wasīlata wa-l-faḍīlata, wabʿath-hu maqāman maḥmūdan alladhī waʿadtah) zal mijn voorspraak verkrijgen op de Dag des Oordeels".
Overgeleverd door Al-Boekhari
"Overleverd door Abu Marthad al-Ghanawi, moge Allah tevreden zijn met hem, hij zei: De Boodschapper van Allah, moge de vrede en zegeningen van Allah op hem zijn, zei:" "Zit niet op graven en bid er niet naartoe."
Overgeleverd door Moeslim
عن عبد الله بن الشِّخِير رضي الله عنه قال: «رأيت رسول الله صلى الله عليه وسلم يُصَلِّي، وفي صَدره أَزِيزٌ كَأَزِيزِ الرَّحَى من البُكَاءِ صلى الله عليه وسلم ».
رواه أبو داود والنسائي وأحمد
عن أنس بن مالك رضي الله عنه : أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إذا قُدِّمَ العَشَاءُ ، فابدءوا به قبل أن تُصَلُّوا صلاة المغرب، ولا تَعْجَلوا عن عَشَائِكم».
متفق عليه
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أن النبي صلى الله عليه وسلم رأى نُخْامَة في القِبْلَة، فَشَقَّ ذلك عليه حتى رُئِي في وجْهِه، فقام فَحَكَّه بِيَده، فقال: «إن أحدكم إذا قام في صلاته فإنه يُنَاجِي رَبَّه، أو إن رَبَّه بينه وبين القِبْلَة، فلا يَبْزُقَنَّ أحدُكم قِبَل قِبْلتِه، ولكن عن يَسَاره أو تحت قَدَمَيه» ثم أخذ طَرف رِدَائِه، فَبَصَقَ فيه ثم ردَّ بَعْضَهُ على بعض، فقال: «أو يفعل هكذا».
متفق عليه
Van Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: De profeet, (vrede zij met hem), zei: "Wat is er met sommige mensen die hun blik naar de hemel richten tijdens hun gebed?" Hij verharde zijn woorden hierover, totdat hij zei: "Ze moeten hiermee stoppen, anders zullen hun blikken weggevaagd worden."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Overgeleverd door Aisha, de moeder van de gelovigen ( moge Allah tevreden zijn met haar ): Oem Salama vertelde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) over een kerk die ze had gezien in het land van Habasja (Abessinië), genaamd Maria. Ze beschreef de beelden die ze daar had gezien. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reageerde door te zeggen: "Dit zijn de mensen die, wanneer een rechtvaardige dienaar of man onder hen sterft, een plaats van aanbidding bouwen over zijn graf en afbeeldingen daarvan maken. Bij Allah, zij behoren tot de slechtste van de schepselen."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن ابن عباس -رضي الله عنهما- قال: كَشف رسول الله صلى الله عليه وسلم السِّتَارة والناس صُفوف خَلف أبي بَكر، فقال: «أيها الناس، إنه لم يَبْق من مُبَشِّرَاتِ النُّبُوَّةِ إلا الُّرؤيا الصَّالحة، يَراها المُسلم، أو تُرى له، ألا وإنِّي نُهِيت أن أقْرَأ القرآن راكِعا أو ساجِدا، فأما الرُّكوع فعظِّموا فيه الرَّب عز وجل ، وأما السُّجود فَاجْتَهِدُوا في الدُّعاء، فَقَمِنٌ أن يُستَجاب لكم».
رواه مسلم
عن الحكم قال: غَلَب على الكُوفة رجُل -قد سَمَّاه- زَمَنَ ابن الأشْعَث، فأمر أبَا عُبيدة بن عبد الله أن يصلِّي بالناس، فكان يصلِّي، فإذا رَفع رأسه من الرُّكوع قام قَدْر ما أقُول: اللَّهُم ربَّنا لك الحَمد، مِلْءَ السَّماوات ومِلْءَ الأرض، ومِلْءَ ما شِئت من شَيء بعد، أهْل الثَّناء والمَجد، لا مانع لما أعْطَيت، ولا مُعْطِي لما مَنعت، ولا يَنفع ذَا الجَدِّ مِنْك الجَدِّ. قال الحَكم: فَذَكَرت ذلك لعَبد الرَّحمن بن أبي ليلى فقال: سمعت البَرَاء بن عَازب يقول: «كانت صلاة رسول الله صلى الله عليه وسلم وركُوعه، وإذا رفع رأسه من الرُّكوع، وسُجوده، وما بَيْن السَّجدتين، قريبًا من السَّوَاء» قال شُعبة: فذَكَرْتُه لِعَمرو بن مُرَّة فقال: قد رأيت ابن أبي ليلى، فلم تَكن صلاته هكذا.
رواه مسلم
Van Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen ) van de profeet (vrede zij met hem) zei: Ik ben opgedragen te buigen op zeven vooraanstaande plaatsen: Het voorhoofd, en hij wees met zijn hand naar zijn neus, de handen, de knieën, de uiteinden van de voeten, en zonder het kledingstuk en het haar te kreukelen.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Ibn Abbaas (moge Allah over hem en zijn vader tevreden zijn) zei: "De Profeet (vrede zij met hem) zei tussen de twee Sadjdah (neerbuiging tijdens het gebed): 'O Allah, vergeef mij, wees genadig voor mij, genees mij, leid mij en voorzie mij'."
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أن النبي صلى الله عليه وسلم : كان لا يقنت إلا إذا دعا لقوم، أو دعا على قوم.
رواه ابن خزيمة
Thawban (moge Allah tevreden met hem zijn), hij: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht, nadat hij klaar was met zijn gebed, drie keer vergiffenis te vragen. Hij zei: 'O Allah, U bent de Bron van vrede en vrede komt van U. Gezegend bent U, O Bezitter van Majesteit en Eer .' Al-Walid vroeg aan Al-Awza'i: 'Hoe verricht men vergiffenis?' Hij antwoordde: 'Je zegt: "Ik vraag vergiffenis aan Allah, ik vraag vergiffenis aan Allah.
Overgeleverd door Moeslim
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wie Allah drieëndertig keer looft na elk gebed, drieëndertig keer dankt en drieëndertig keer verheerlijkt, dat is in totaal negenennegentig keer, en hij zei: het voltooien van honderd keer: 'Er is geen god dan Allah, Hij is alleen, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort de heerschappij en alle lof, en Hij is almachtig over alles'. Zijn zonden worden vergeven, zelfs als ze zo overvloedig zijn als het schuim van de zee".
Overgeleverd door Moeslim
Van Abu Umamah, (moge Allah tevreden zijn met hem) , die zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Degene die na elke voorgeschreven gebedseenheid Ayat al-Kursi reciteert, zal niets beletten om het paradijs binnen te gaan, behalve de dood."
رواه النسائي في الكبرى
Imran ibn Husain (moge Allah tevreden met hem zijn) zei hij: "Ik had last van aambeien, dus vroeg ik de Profeet (vrede zij met hem) over het gebed, en hij zei:" "Bid staande, en als je daartoe niet in staat bent, bid zittend, en als je daartoe niet in staat bent, bid liggend op je zij."
Overgeleverd door Al-Boekhari
عن عائشة رضي الله عنها ، قالت: «قامَ النبي صلى الله عليه وسلم بآيةٍ مِنَ القرآن ليلةً».
رواه الترمذي
Abu Sa'īd al-Khudri (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Wanneer iemand van jullie twijfelt over zijn gebed en niet weet of hij drie of vier (rak'ahs) heeft gebeden, laat hem dan zijn twijfel wegwerpen en vasthouden aan wat hij zeker weet. Vervolgens moet hij twee buigingen maken voordat hij de salam geeft. Als hij vijf heeft gebeden, zal zijn gebed als geldig worden beschouwd. Maar als hij vier heeft gebeden, dan zijn deze twee extra buigingen slechts tegen de wil van de duivel."
Overgeleverd door Moeslim
عن أبي رافع أن أبا هريرة رضي الله عنه قرأ لهم: «إذا السماء انْشَقَّتْ» فسجد فيها، فلما انصَرَفَ أخبرهم أن رسول الله صلى الله عليه وسلم سجد فيها.
متفق عليه
عن أبي بكرة، عن النبي صلى الله عليه وسلم أنه كان «إذا جاءه أمرُ سرورٍ، أو بُشِّرَ به خَرَّ ساجدًا شاكرًا لله».
رواه أبو داود وابن ماجه والترمذي وأحمد
عن حفصة رضي الله عنها «أن النبي صلى الله عليه وسلم كان يُصلي ركعتين خَفيفتين بعد ما يَطلع الفجر»، وفي رواية: قبل أن تُقام الصلاة.
رواه البخاري
Overgeleverd door Aisha, de moeder van de gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar): "Het wordt overgeleverd dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) vier gebedseenheden vóór de Duhr-gebed en twee gebedseenheden vóór de Fajr-gebed niet na liet."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Previous page
Page 7 of 10
Next page