NL
Jurisprudentie van aanbiddingen
Gebed
126 hadiths
Verplichting van het gebed en de regels voor het verwaarlozen ervan
5
Deugdzaamheid van het gebed
10
De oproep tot gebed (adhan) en het oprichten van het gebed (iqamah)
6
Tijden waarop het verboden is om te bidden
2
Voorwaarden voor het gebed
3
Pijlers van het gebed
2
Obligatory Acts of Prayer
1
De soenna's van het gebed
1
Beschrijving van het gebed
10
Gedenkwaardige uitspraken tijdens het gebed
15
مبطلات الصلاة
1
Gebedsfouten
5
Prostraties voor vergeetachtigheid (soejoed as-sahw), recitatie en dankzegging
4
Deugdzaamheid van het gezamenlijke gebed en de voorschriften ervan
7
Voorschriften voor de imam en degenen die achter hem bidden
4
Gebeden van mensen met beperkingen
1
Het vrijdagsgebed
7
Vrijwillig gebed (nawafil)
40
صلاة الكسوف والخسوف
2
صلاة الاستسقاء
1
Voorschriften voor moskeeën
9
126 hadiths
عن ابن عباس رضي الله عنهما كان النبيُّ صلى الله عليه وسلم إذا تَهَجَّد من الليل قال: «اللهم ربَّنا لك الحمدُ، أنت قَيِّمُ السموات والأرض، ولك الحمدُ أنت ربُّ السموات والأرض ومَن فيهنَّ، ولك الحمدُ أنت نورُ السموات والأرض ومن فيهنَّ، أنت الحقُّ، وقولُك الحقُّ، ووعدُك الحقُّ، ولقاؤك الحقُّ، والجنةُ حقٌّ، والنارُ حقٌّ، والساعةُ حقٌّ، اللهم لك أسلمتُ، وبك آمنتُ، وعليك توكَّلتُ، وإليك خاصمتُ، وبك حاكمتُ، فاغفر لي ما قدَّمتُ وما أخَّرتُ، وأسررتُ وأعلنتُ، وما أنت أعلم به مني، لا إلهَ إلا أنت».
متفق عليه
عن سمرة رضي الله عنه مرفوعاً: «من توضَّأَ يوم الجُمعة فَبِهَا ونِعْمَتْ، ومن اغْتَسَل فهو أفْضَل».
رواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجه والدارمي وأحمد
Van Amr ibn Soelaym, al-Ansari, zei dat Aboe Sa'id zei dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: Het is verplicht voor ieder die geslachtsrijp is om zich op vrijdag te wassen, parfum te gebruiken en als het voorhanden is, het te gebruiken.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «إِذَا نُودِيَ بالصَّلاَةِ، أدْبَرَ الشَّيْطَانُ، وَلَهُ ضُرَاطٌ حَتَّى لاَ يَسْمَعَ التَّأذِينَ، فَإذَا قُضِيَ النِّدَاءُ أقْبَلَ، حَتَّى إِذَا ثُوِّبَ للصَّلاةِ أدْبَرَ، حَتَّى إِذَا قُضِيَ التَّثْوِيبُ أقْبَلَ، حَتَّى يَخْطِرَ بَيْنَ المَرْءِ وَنَفْسِهِ، يَقُولُ: اذْكُرْ كَذَا واذكر كَذَا - لِمَا لَمْ يَذْكُر مِنْ قَبْلُ - حَتَّى يَظَلَّ الرَّجُلُ مَا يَدْرِي كَمْ صَلَّى».
متفق عليه
Van Moe'awiya (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: 'Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "De oproepers tot het gebed (moedhins) zullen de langste nekken hebben op de Dag der Opstanding."'
Overgeleverd door Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال النبي صلى الله عليه وسلم : «إذا كان يوم الجمعة وقَفَتِ الملائكةُ على باب المسجد يَكْتُبون الأوّلَ فالأوّلَ، ومَثَلُ المُهَجِّر كمثل الذي يُهْدي بَدَنةً، ثم كالذي يُهْدي بقرة، ثم كَبْشا، ثم دَجاجة، ثم بَيضة، فإذا خرج الإمام طَوَوُا صُحُفَهم، ويسْتَمعون الذِّكرَ».
متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «إذا قَرَأ ابنُ آدم السجدةَ فسجد اعْتَزَل الشيطانُ يبكي، يقول: يا وَيْلَه -وفي روايةٍ: يا وَيْلي- أُمِر ابنُ آدمَ بالسجودِ فسجدَ فله الجنة، وأُمِرتُ بالسجود فأبَيْتُ فَلِيَ النارُ».
رواه مسلم
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال:«مَنْ أَدْرَكَ مِن الصُّبح ركعة قبل أن تَطْلُعَ الشمس فقد أَدْرَكَ الصُّبح، ومن أَدْرَكَ ركعة من العصر قبل أن تَغْرُبَ الشمس فقد أَدْرَكَ العصر».
متفق عليه
Van ‘Oeqba ibn ‘Amir al-Joehani (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: “Er zijn drie momenten waarop de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) ons verbood om te bidden of onze overledenen te begraven: Wanneer de zon net opkomt totdat zij hoger aan de hemel staat, tijdens het hoogtepunt van de middag wanneer de zon recht boven staat totdat zij begint te dalen, En wanneer de zon richting zonsondergang helt totdat zij volledig ondergaat.”
Overgeleverd door Moeslim
عن جُبير بن مُطعم رضي الله عنه مرفوعًا: «لا تَمْنَعُوا أحدًا يطوف بهذا البيت، ويصلي أي سَاعة شاء من لَيل أو نَهار».
رواه أبو داود وأحمد والترمذي والنسائي وابن ماجه والدارمي
Jabir ibn Abdullah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei, dat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: "Wie, wanneer hij de oproep tot het gebed hoort, zegt: “O Allah, Heer van deze volmaakte oproep en van het op te dragen gebed, schenk Mohammad de intercessie en de verhevenheid en verhef hem naar de geprezen positie die U hem hebt beloofd, (Allāhumma rabba hādhihi ad-daʿwati at-tāmmati, waṣ-ṣalāti al-qā'imati, āti Muḥammadan al-wasīlata wa-l-faḍīlata, wabʿath-hu maqāman maḥmūdan alladhī waʿadtah) zal mijn voorspraak verkrijgen op de Dag des Oordeels".
Overgeleverd door Al-Boekhari
"Overleverd door Abu Marthad al-Ghanawi, moge Allah tevreden zijn met hem, hij zei: De Boodschapper van Allah, moge de vrede en zegeningen van Allah op hem zijn, zei:" "Zit niet op graven en bid er niet naartoe."
Overgeleverd door Moeslim
عن عبد الله بن الشِّخِير رضي الله عنه قال: «رأيت رسول الله صلى الله عليه وسلم يُصَلِّي، وفي صَدره أَزِيزٌ كَأَزِيزِ الرَّحَى من البُكَاءِ صلى الله عليه وسلم ».
رواه أبو داود والنسائي وأحمد
عن أنس بن مالك رضي الله عنه : أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إذا قُدِّمَ العَشَاءُ ، فابدءوا به قبل أن تُصَلُّوا صلاة المغرب، ولا تَعْجَلوا عن عَشَائِكم».
متفق عليه
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أن النبي صلى الله عليه وسلم رأى نُخْامَة في القِبْلَة، فَشَقَّ ذلك عليه حتى رُئِي في وجْهِه، فقام فَحَكَّه بِيَده، فقال: «إن أحدكم إذا قام في صلاته فإنه يُنَاجِي رَبَّه، أو إن رَبَّه بينه وبين القِبْلَة، فلا يَبْزُقَنَّ أحدُكم قِبَل قِبْلتِه، ولكن عن يَسَاره أو تحت قَدَمَيه» ثم أخذ طَرف رِدَائِه، فَبَصَقَ فيه ثم ردَّ بَعْضَهُ على بعض، فقال: «أو يفعل هكذا».
متفق عليه
Van Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: De profeet, (vrede zij met hem), zei: "Wat is er met sommige mensen die hun blik naar de hemel richten tijdens hun gebed?" Hij verharde zijn woorden hierover, totdat hij zei: "Ze moeten hiermee stoppen, anders zullen hun blikken weggevaagd worden."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Overgeleverd door Aisha, de moeder van de gelovigen ( moge Allah tevreden zijn met haar ): Oem Salama vertelde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) over een kerk die ze had gezien in het land van Habasja (Abessinië), genaamd Maria. Ze beschreef de beelden die ze daar had gezien. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reageerde door te zeggen: "Dit zijn de mensen die, wanneer een rechtvaardige dienaar of man onder hen sterft, een plaats van aanbidding bouwen over zijn graf en afbeeldingen daarvan maken. Bij Allah, zij behoren tot de slechtste van de schepselen."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن ابن عباس -رضي الله عنهما- قال: كَشف رسول الله صلى الله عليه وسلم السِّتَارة والناس صُفوف خَلف أبي بَكر، فقال: «أيها الناس، إنه لم يَبْق من مُبَشِّرَاتِ النُّبُوَّةِ إلا الُّرؤيا الصَّالحة، يَراها المُسلم، أو تُرى له، ألا وإنِّي نُهِيت أن أقْرَأ القرآن راكِعا أو ساجِدا، فأما الرُّكوع فعظِّموا فيه الرَّب عز وجل ، وأما السُّجود فَاجْتَهِدُوا في الدُّعاء، فَقَمِنٌ أن يُستَجاب لكم».
رواه مسلم
عن الحكم قال: غَلَب على الكُوفة رجُل -قد سَمَّاه- زَمَنَ ابن الأشْعَث، فأمر أبَا عُبيدة بن عبد الله أن يصلِّي بالناس، فكان يصلِّي، فإذا رَفع رأسه من الرُّكوع قام قَدْر ما أقُول: اللَّهُم ربَّنا لك الحَمد، مِلْءَ السَّماوات ومِلْءَ الأرض، ومِلْءَ ما شِئت من شَيء بعد، أهْل الثَّناء والمَجد، لا مانع لما أعْطَيت، ولا مُعْطِي لما مَنعت، ولا يَنفع ذَا الجَدِّ مِنْك الجَدِّ. قال الحَكم: فَذَكَرت ذلك لعَبد الرَّحمن بن أبي ليلى فقال: سمعت البَرَاء بن عَازب يقول: «كانت صلاة رسول الله صلى الله عليه وسلم وركُوعه، وإذا رفع رأسه من الرُّكوع، وسُجوده، وما بَيْن السَّجدتين، قريبًا من السَّوَاء» قال شُعبة: فذَكَرْتُه لِعَمرو بن مُرَّة فقال: قد رأيت ابن أبي ليلى، فلم تَكن صلاته هكذا.
رواه مسلم
Van Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen ) van de profeet (vrede zij met hem) zei: Ik ben opgedragen te buigen op zeven vooraanstaande plaatsen: Het voorhoofd, en hij wees met zijn hand naar zijn neus, de handen, de knieën, de uiteinden van de voeten, en zonder het kledingstuk en het haar te kreukelen.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Ibn Abbaas (moge Allah over hem en zijn vader tevreden zijn) zei: "De Profeet (vrede zij met hem) zei tussen de twee Sadjdah (neerbuiging tijdens het gebed): 'O Allah, vergeef mij, wees genadig voor mij, genees mij, leid mij en voorzie mij'."
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أن النبي صلى الله عليه وسلم : كان لا يقنت إلا إذا دعا لقوم، أو دعا على قوم.
رواه ابن خزيمة
Thawban (moge Allah tevreden met hem zijn), hij: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht, nadat hij klaar was met zijn gebed, drie keer vergiffenis te vragen. Hij zei: 'O Allah, U bent de Bron van vrede en vrede komt van U. Gezegend bent U, O Bezitter van Majesteit en Eer .' Al-Walid vroeg aan Al-Awza'i: 'Hoe verricht men vergiffenis?' Hij antwoordde: 'Je zegt: "Ik vraag vergiffenis aan Allah, ik vraag vergiffenis aan Allah.
Overgeleverd door Moeslim
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wie Allah drieëndertig keer looft na elk gebed, drieëndertig keer dankt en drieëndertig keer verheerlijkt, dat is in totaal negenennegentig keer, en hij zei: het voltooien van honderd keer: 'Er is geen god dan Allah, Hij is alleen, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort de heerschappij en alle lof, en Hij is almachtig over alles'. Zijn zonden worden vergeven, zelfs als ze zo overvloedig zijn als het schuim van de zee".
Overgeleverd door Moeslim
Previous page
Page 3 of 6
Next page