Hadith for the World
Topic

De deugden en etiquette

288 hadiths

288 hadiths

عن أبي هريرة رضي الله عنه أَنَّهُ سَمِعَ النَّبيَّ -صلّى اللهُ عليه وسَلَّم يقول-: «إن العبد ليتكلم بالكلمة ما يتبين فيها يزلُّ بها إلى النار أبعدَ مما بين المشرق والمغرب».متفق عليه
عن عبد الله بن عمر رضي الله عنهما أَنَّ رَجُلاً مِنَ الأعرَاب لَقِيهَ بِطَريق مَكَّة، فَسَلَّم عَلَيه عَبد الله بنُ عمر، وَحمَلهُ على حمار كان يركَبُهُ، وَأعطَاه عِمَامَة كَانت على رأسه، قال ابن دينار: فقُلنا له: أَصْلَحَك الله، إنَّهم الأعراب وهُم يَرْضَون بِاليَسِير، فقال عبدُ الله بنَ عُمر: إِنَّ أَبَا هَذَا كَانَ وُدًّا لِعُمر بنِ الخطَّاب رضي الله عنه وإنِّي سَمِعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: «إِنَّ أَبَرَّ البِرِّ صِلَةُ الرَّجُل أَهْلَ وُدِّ أَبِيه». وفي رواية عن ابن دينار، عن ابن عمر: أنَّه كان إذَا خَرَج إلى مكة كان له حمار يَتَرَوَّحُ عليه إذا ملَّ رُكُوبَ الرَّاحِلة، وَعِمَامة يَشُدُّ بها رأسه، فَبينَا هو يومًا على ذلك الحمار إِذْ مَرَّ بِهِ أَعْرَابِي، فقال: أَلَسْتَ فُلاَن بنَ فُلاَن؟ قال: بَلَى. فَأَعْطَاهُ الحِمَار، فقال: ارْكَب هَذَا، وَأَعْطَاهُ العِمَامَةَ وَقَالَ: اشْدُدْ بِهَا رَأْسَكَ، فَقَالَ لَهُ بَعض أصحَابِه: غفر الله لك أَعْطَيت هذا الأعرابي حمارا كنت تَرَوَّحُ عليه، وعِمَامَة كُنتَ تشدُّ بها رأسَك؟ فقال: إِنِّي سمِعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: «إِنَّ مِنْ أَبَرِّ البِّر أَنْ يَصِلَ الرَّجُلُ أَهْلَ وُدَّ أَبِيهِ بَعْدَ أَنْ يُوَلِّيَ» وَإِنَّ أَبَاه كان صَدِيقًا لِعُمَرَ رضي الله عنه .رواه مسلم
عن أنس بن مالك رضي الله عنه مرفوعًا: «من قال -يعني: إذا خَرج من بَيتِه-: بِسم الله تَوَكَّلتُ على اللهِ، وَلاَ حول ولا قُوَّة إِلَّا بالله، يُقَال له: هُدِيتَ وَكُفِيتَ وَوُقِيتَ، وَتَنَحَّى عَنه الشَّيطَان». زاد أبو داود: «فيقول -يعني: الشيطان- لِشَيطان آخر: كَيف لَك بِرَجلٍ قَد هُدِيَ وكُفِيَ ووُقِيَ؟».رواه أبو داود والترمذي
عن معاذ بن جبل رضي الله عنه عن رسول الله صلى الله عليه وسلم أنه قال: «قَالَ اللهُ -عَزَّ وجَلَّ-: المُتَحَابُّون فِي جَلاَلِي، لَهُم مَنَابِرُ مِن نُورٍ يَغْبِطُهُم النَبِيُّونَ والشُهَدَاء».رواه الترمذي وأحمد
Aboe Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: Wanneer een van jullie zijn broeder tegenkomt, laat hem dan vrede groeten. Als er iets tussen hen staat, zoals een boom, een muur of een steen en vervolgens ontmoeten ze elkaar, laat hen dan ook vrede groeten.Overgeleverd door Aboe Dawoed
Jābir (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde De profeet ﷺ (vrede zij met hem) zeggen: "De beste dhikr is lā ilāha illa Allah (er is geen god dan Allah), en de beste smeekbede is Alhamdulillah (lof zij Allah)."Overgeleverd door At-Tirmidhi, An-Nasa'i in al-Kubra en Ibn Maja
Van Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden zijn met hem, zei; dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Zal ik jullie wijzen op datgene waarmee Allah zonden uitwist en waarmee Hij graden verheft?" Ze zeiden: "Zeker, O boodschapper van Allah." Hij zei: "Het verrichten van wassing (wudu) in tijden van moeilijkheid, het veelvuldig verrichten van daden van aanbidding, zelfs als ze klein zijn, het frequent bezoeken van de moskeeën, en het wachten op het gebed na het gebed. Dit is jullie ribaat (een vorm van spirituele strijd en discipline)".Overgeleverd door Moeslim
Abu Dharr (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper (vrede zij met hem) zegt: "Zal ik jullie vertellen over jullie beste daden, de zuiverste ervan bij jullie Koning, en de hoogste ervan in jullie rangen? Beter voor jullie dan het uitgeven van goud en zilver, en beter voor jullie dan het ontmoeten van jullie vijanden waarbij jullie hun nekken afhakken en zij jullie nekken afhakken?" Ze zeiden: "Ja." Hij zei: "Het gedenken van Allah de Verhevene".Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
Soelaiman bin Soerad (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: Ik zat met de Profeet (vrede zij met hem) toen twee mannen ruzie maakten. Eén van hen werd rood in het gezicht en zijn aderen zwollen op. De Profeet (vrede zij met hem) zei: ''Ik ken een uitdrukking, als deze boze persoon die zou uitspreken, zijn woede zou doen verdwijnen. Als hij zou zeggen: "Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte satan, (A'oedhoe billaahi min ash-shaytaan)" zou zijn woede verdwijnen. Ze zeiden tegen hem: 'De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd:' "Zoek toevlucht bij Allah tegen de satan.'' Hij antwoordde: "Ben ik gek misschien?"Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Ibn Mas'ūd (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De profeet ﷺ (vrede zij met hem) zei: "Het Paradijs is dichter bij één van jullie dan zijn schoenzool, en het Hellevuur ook."Overgeleverd door Al-Boekhari
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem ) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De wereld is een gevangenis voor de gelovige en een paradijs voor de ongelovige."Overgeleverd door Moeslim
Aboe Qataadah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) zei: "De goede droom komt van Allah, terwijl de nachtmerrie afkomstig is van de satan. Wanneer iemand van jullie een nachtmerrie heeft die hem angst aanjaagt, laat hem dan driemaal over zijn linkerschouder spuwen en zijn toevlucht zoeken bij Allah tegen het kwaad ervan, want het zal hem geen kwaad doen".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De vijf (dagelijkse) gebeden, het vrijdaggebed tot het volgende vrijdaggebed en de ramadan tot de volgende ramadan zijn een boetedoening voor de zonden die ertussen zijn begaan, zolang grote zonden vermeden worden."Overgeleverd door Moeslim
Er is overgeleverd door ‘Abdoellah ibn Mas‘oed, dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "O Allah, ik vraag U om leiding, vroomheid, kuisheid en welvaart.’"Overgeleverd door Moeslim
عن أبي هريرة، عن النبي صلى الله عليه وسلم قال: «إن العبد لَيَتَكَلَّمُ بالكلمة من رِضْوَانِ الله تعالى ما يُلْقِي لها بَالًا يَرْفَعُهُ الله بها درجاتٍ، وإن العبد لَيَتَكَلَّمُ بالكلمة من سَخَطِ الله تعالى لا يُلْقِي لها بَالًا يَهْوِي بها في جهنم». وعن أبي عبد الرحمن بلال بن الحارث المزني رضي الله عنه : أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إن الرجل لَيَتَكَلَّمُ بالكلمة من رِضْوَانِ الله تعالى ما كان يظن أن تبلغ ما بَلَغَتْ يكتب الله له بها رِضْوَانَهُ إلى يوم يَلْقَاهُ، وإن الرجل لَيَتَكَلَّمُ بالكلمة من سَخَطِ الله ما كان يظن أن تبلغ ما بَلَغَتْ يكتب الله له بها سَخَطَهُ إلى يوم يَلْقَاهُ».حديث أبي هريرة -رضي الله عنه-: رواه البخاري. حديث بلال المزني -رضي الله عنه-: رواه الترمذي وابن ماجه ومالك وأحمد
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إنَّ في الجنَّة مائةَ دَرَجَة أعَدَّهَا الله للمُجاهِدين في سَبِيل الله ما بَيْنَ الدَّرَجَتَيْنِ كما بين السماء والأرض».رواه البخاري
عن جابر رضي الله عنه قال: سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: «إن في الليل لساعة، لا يُوَافِقُهَا رجُلٌ مُسلم يَسأل الله تعالى خيرًا من أمْرِ الدنيا والآخرة، إلا أعْطَاه إِياه، وذلك كُلَّ ليلة».رواه مسلم
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem ) zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Allah, de Almachtige en Verhevene, zegt: 'Ik ben zoals Mijn dienaar over Mij denkt en Ik ben met hem wanneer hij Mij gedenkt. Als hij Mij in zichzelf gedenkt, gedenk Ik hem in Mijzelf. Als hij Mij in een gezelschap gedenkt, gedenk Ik hem in een gezelschap dat beter is dan het zijne. Als hij een handbreedte naar Mij toekomt, kom Ik een el naar hem toe. En als hij een el naar Mij toekomt, kom Ik een vadem naar hem toe. En als hij Mij tegemoet loopt, kom Ik hem haastig tegemoet".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: Een bedoeïen bezocht de profeet (vrede zij met hem) en vroeg: 'Wijs mij een handeling aan waardoor ik het paradijs kan betreden.' De profeet (vrede zij met hem) antwoordde: 'Aanbid Allah en vereenzelvig niets of niemand met Hem, verricht de voorgeschreven gebeden, betaal de verplichte aalmoezen (zakaat), en vast tijdens de maand ramadan.' De Arabier zei : 'Ik zal niets hieraan toevoegen.' Na zijn vertrek zei de profeet (vrede zij met hem): 'Wie een voorbeeld wil zien van iemand van het paradijs, laat hem naar deze man kijken".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن سهل بن سعد الساعدي ـرضي الله عنه- قَالَ رَسُول اللَّه -صَلّى اللهُ عَلَيْهِ وسَلَّم-: «لو كانت الدنيا تَعدل عند الله جَناح بَعوضة، ما سَقَى كافراً منها شَرْبَة ماء».رواه الترمذي
Aboe Sa'id al-Khoedri en Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hen ) zeiden dat, de profeet (vrede zij met hem), zei: Een moslim wordt niet getroffen door vermoeidheid, ziekte, verdriet, pijn, schade, of zelfs een doorn die hem prikt, zonder dat Allah daarmee een deel van zijn zonden vergeeft.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerdedat de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De rechten van een moslim op een andere moslim zijn vijf: het beantwoorden van de groet, het bezoeken van de zieke, het bijwonen van begrafenisstoeten, het accepteren van uitnodigingen en het zeggen van ;Yarhamoeka Allaah tegen degene die niest."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei; dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Het is vaak zo dat iemand, met verward haar en afgewend van de deuren, als hij bij Allah zou zweren, Zijn belofte zou vervullen."Overgeleverd door Moeslim
Jābir (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde:De profeet ﷺ (vrede zij met hem) zei: "Moge Allah genade hebben met een man die makkelijk (genadig) is wanneer hij koopt, wanneer hij verkoopt en wanneer hij vraagt om terugbetaling van de schuld."Overgeleverd door Al-Boekhari