Hadith for the World

All hadiths

The complete card collection, filter by chapter

655 hadiths

عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : « سَيْحَانُ وَجَيْحَانُ وَالفُرَاتُ والنِّيل كلٌّ من أنهار الجنة».رواه مسلم
عن علي بن أبي طالب رضي الله عنه أنَّ رسولَ الله صلى الله عليه وسلم كان إذا قامَ إلى الصلاة، قال: «وَجَّهتُ وجهي للذي فطر السماوات والأرض حنيفًا، وما أنا من المشركين، إنَّ صلاتي، ونُسُكي، ومَحياي، ومماتي لله رب العالمين، لا شريك له، وبذلك أُمِرتُ وأنا من المسلمين، اللهمَّ أنت المَلِك لا إله إلَّا أنت، أنت ربي، وأنا عبدك، ظلمتُ نفسي، واعترفتُ بذنبي، فاغفر لي ذنوبي جميعًا، إنه لا يغفر الذنوب إلا أنت، واهدني لأحسن الأخلاق لا يهدي لأحسنها إلا أنت، واصرف عني سيئَها لا يصرف عني سيئها إلا أنت، لبَّيْك وسَعْدَيْك، والخيرُ كله في يديك، والشر ليس إليك، أنا بك وإليك، تباركتَ وتعاليتَ، أستغفرك وأتوب إليك»، وإذا ركع، قال: «اللهمَّ لك ركعتُ، وبك آمنتُ، ولك أسلمتُ، خشع لك سمعي، وبصري، ومُخِّي، وعظمي، وعَصَبي»، وإذا رفع، قال: «اللهم ربنا لك الحمد مِلءَ السماوات، ومِلءَ الأرض، ومِلءَ ما بينهما، ومِلءَ ما شئتَ من شيء بعد»، وإذا سجد، قال: «اللهم لك سجدتُ، وبك آمنتُ، ولك أسلمتُ، سجد وجهي للذي خلقه، وصوَّره، وشقَّ سمعَه وبصرَه، تبارك الله أحسنُ الخالقين»، ثم يكون من آخر ما يقول بين التشهُّد والتسليم: «اللهم اغفر لي ما قدَّمتُ وما أخَّرتُ، وما أسررتُ وما أعلنتُ، وما أسرفتُ، وما أنت أعلم به مني، أنت المُقَدِّم وأنت المؤَخِّر، لا إله إلا أنت».رواه مسلم
عن ابن عباس رضي الله عنهما كان النبيُّ صلى الله عليه وسلم إذا تَهَجَّد من الليل قال: «اللهم ربَّنا لك الحمدُ، أنت قَيِّمُ السموات والأرض، ولك الحمدُ أنت ربُّ السموات والأرض ومَن فيهنَّ، ولك الحمدُ أنت نورُ السموات والأرض ومن فيهنَّ، أنت الحقُّ، وقولُك الحقُّ، ووعدُك الحقُّ، ولقاؤك الحقُّ، والجنةُ حقٌّ، والنارُ حقٌّ، والساعةُ حقٌّ، اللهم لك أسلمتُ، وبك آمنتُ، وعليك توكَّلتُ، وإليك خاصمتُ، وبك حاكمتُ، فاغفر لي ما قدَّمتُ وما أخَّرتُ، وأسررتُ وأعلنتُ، وما أنت أعلم به مني، لا إلهَ إلا أنت».متفق عليه
عن عائشة رضي الله عنها مرفوعاً: «ما مِن يومٍ أكثر مِن أنْ يُعْتِقَ اللهُ فيه عبدًا مِن النارِ، مِن يومِ عرفة، وإنَّه ليدنو، ثم يُباهي بهم الملائكةَ، فيقول: ما أراد هؤلاء؟».رواه مسلم
Van Abdoellāh ibn 'Amr (moge Allah tevreden zijn met hen ) rapporteerde: De profeet (vrede zij met hem) zei: De barmhartigen worden begenadigd door de Barmhartige. Toon genade aan degenen op aarde, en degene in de hemel zal genade aan u tonen.Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi en Ahmed
Abdoellah bin Amr (moge Allah tevreden zijn met hen), zei: Van de profeet (vrede zij met hem) wanneer hij de moskee betrad, plechtig reciteerde: "Ik zoek bescherming bij Allah, de Almachtige, bij Zijn edele gelaat en Zijn eeuwige heerschappij, tegen de gestenigde duivel." Een metgezel die dit observeerde, vroeg verbaasd: "Is dat alles?" De profeet (vrede zij met hem) antwoordde bevestigend: "Ja. Wanneer hij [de dienaar] deze woorden uitspreekt, fluistert de duivel: 'Hij is voor de rest van de dag tegen mij beschermd."Overgeleverd door Aboe Dawoed
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعاً: «يقول اللهُ: إذا أراد عبدي أنْ يعملَ سيئةً، فلا تكتبوها عليه حتى يعملَها، فإنْ عَمِلها فاكتبوها بمثلِها، وإنْ تركها مِن أجلي فاكتبوها له حسنةً، وإذا أراد أنْ يعملَ حسنةً فلم يعملها فاكتبوها له حسنةً، فإنْ عملها فاكتبوها له بعشر أمثالها إلى سبعِ مائة ضِعْفٍ».متفق عليه
Aboe Sa'id al-Khoedri en Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden met hen zijn, overleveren dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Een oproeper zal roepen: 'Voorwaar, jullie zullen gezond zijn en nooit ziek worden. Jullie zullen leven en nooit sterven. Jullie zullen jeugdig zijn en nooit verouderen. Jullie zullen genieten en nooit teleurgesteld raken.' Dit is wat Allah, de Verhevene, in het volgende vers heeft gezegd: {En er wordt geroepen: Dit is het paradijs dat jullie hebben geërfd door hetgeen jullie deden.} [Al-A'raaf: 43].Overgeleverd door Moeslim
Aboe Sa'īd al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Allah de gezegende en verhevene zal zeggen tegen de bewoners van het paradijs: 'O bewoners van het paradijs?'" Zij zullen antwoorden: "Uw bevelen gehoorzamend, onze Heer, en tot Uw dienst bereid." Hij zal zeggen: "Zijn jullie tevreden?" Zij zullen antwoorden: "En hoe zouden wij niet tevreden kunnen zijn, terwijl U ons heeft gegeven wat U aan niemand van Uw schepselen heeft gegeven?" Hij zal zeggen: "Ik zal jullie iets beters geven dan dat." Zij zullen zeggen: "O Heer, wat kan er beter zijn dan dat?" Hij zal zeggen: "Ik schenk jullie Mijn welbehagen, en Ik zal nooit meer boos op jullie zijn.""Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Moessa Al-Ash'ari, moge Allah tevreden zijn met hem, zei dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Voor de gelovige in het paradijs is er een tent van één enkele, holle parel, met een lengte van zestig mijl. Daarin heeft de gelovige gezellen en de gelovige zal om hen heen gaan, zonder dat zij elkaar zien."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Als iemand van jullie wakker wordt uit zijn slaap, laat hem dan drie keer zijn neus snuiten, want de duivel overnacht in zijn neusgaten".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Overgeleverd van Laqiet ibn Sabirah — moge Allah tevreden over hem zijn — die zei: "Ik was de afgevaardigde van de stam Banou al-Muntafiq — of een van de delegatieleden van de Banou al-Muntafiq — naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Toen wij aankwamen bij de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), troffen wij hem niet in zijn woning aan, maar wij ontmoetten Aisha, de Moeder der Gelovigen — moge Allah tevreden over haar zijn. Zij gaf opdracht dat er voor ons een gerecht van vlees en meel werd bereid (chazira), dat vervolgens voor ons werd klaargemaakt. Daarna werd er voor ons een schaal met dadels gebracht. Toen arriveerde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en hij vroeg: “Is jullie iets aangeboden? Is er iets voor jullie klaargemaakt?” Wij antwoordden: “Ja, O Boodschapper van Allah.” Terwijl wij bij de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zaten, dreef de herder de kudde schapen naar hun rustplaats, en bij hem bevond zich een pasgeboren geitje dat mekkerde. De Profeet vroeg hem: “Wat heeft zij gebaard, o dienaar?” De herder antwoordde: “Een vrouwtjeslam.” De Profeet (vrede zij met hem) zei toen: “Slacht in haar plaats een volwassen schaap voor ons.” Vervolgens voegde hij eraan toe: “Denk niet en hij zei niet: Gij zult niet denken dat wij dit speciaal voor jullie hebben geslacht. Wij bezitten honderd schapen, en wij wensen dat dit aantal niet toeneemt. Iedere keer dat er een lam wordt geboren, slachten wij ter vervanging daarvan een volwassen schaap.” Ik zei: “O Boodschapper van Allah, ik heb een vrouw, maar in haar spreken schuilt grofheid.” Hij zei: “Scheid dan van haar.” Ik antwoordde: “O Boodschapper van Allah, zij is reeds lange tijd mijn gezellin en ik heb kinderen bij haar.” Hij (vrede zij met hem) zei: “Vermaan haar, en als er iets goeds in haar schuilt, zal zij zich laten vermanen. En sla uw vrouw niet zoals u uw slaaf zou slaan.” Daarop zei ik: “O Boodschapper van Allah, leer mij de wassing voor het gebed.” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde:“Volmaak de wassing volledig, reinig de ruimte tussen de vingers zorgvuldig, en wees grondig bij het inhalen van water in de neus, behalve wanneer je vast, opdat het water niet in de keel terechtkomt.”رواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجه
Aisha (moge Allah tevreden over haar zijn) heeft gezegd: De Profeet, moge vrede en zegeningen van Allah met hem zijn, herinnerde zich Allah bij elke gelegenheid.Overgeleverd door Moeslim
عن عائشة رضي الله عنها أن النبي صلى الله عليه وسلم قال: «الحُمَّى من فَيْحِ جهنم فأبردوها بالماء».متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «من قتل وَزَغَةً فِي أَوَّلِ ضَرْبَةٍ فله كذا وكذا حسنة، ومن قتلها في الضَّرْبَةِ الثانية فله كذا وكذا حسنة دون الأولى، وإن قتلها في الضربة الثالثة فله كذا وكذا حسنة». وفي رواية: «من قتل وَزَغًا في أول ضربة كتب له مائة حسنة، وفي الثانية دون ذلك، وفي الثالثة دون ذلك».رواه مسلم
عن أبي الأسود، قال: قَدِمْتُ المدينة، فَجَلَسْتُ إلى عمر بن الخطاب رضي الله عنه فَمَرَّتْ بهم جَنازة، فَأُثْنِيَ على صاحِبِها خيراً، فقال عمر: وجَبَتْ، ثم مَرَّ بأُخْرَى فَأُثْنِيَ على صاحِبِها خيراً، فقال عمر: وجَبَتْ، ثم مَرَّ بالثالثة، فَأُثْنِيَ على صاحِبِها شَرَّا، فقال عمر: وجَبَتْ، قال أبو الأسود: فقلت: وما وجَبَتْ يا أمير المؤمنين؟ قال: قلت كما قال النبي صلى الله عليه وسلم : «أيُّما مُسلم شَهِد له أربعة بخير، أدخله الله الجنة» فقلنا: وثلاثة؟ قال: «وثلاثة» فقلنا: واثنان؟ قال: «واثنان» ثم لم نَسْأَلْهُ عن الواحد.رواه البخاري
عن أبي سعيد الخُدْرِي رضي الله عنه قال: جاءت امرأة إلى رسول الله صلى الله عليه وسلم فقالت: يا رسول الله، ذهب الرجال بِحَدِيثِكَ، فاجْعَل لنَا من نَفْسِك يومًا نَأتِيكَ فيه تُعَلِّمُنَا مما عَلَّمَكَ الله، قال: «اجْتَمِعْنَ يَوَم كَذَا وكَذَا» فَاجْتَمَعْنَ، فأتَاهُنَّ النبي صلى الله عليه وسلم فَعَلَّمَهُنَّ مما عَلَّمَهُ الله، ثم قال: «ما مِنْكُنَّ من امرأة تُقَدِّمُ ثَلاَثَة من الولد إلا كانوا حِجَابًا من النَّارِ» فقالت امرأة: واثنين؟ فقال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «واثنين».متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إذا قال الرَّجُل: هَلَكَ الناس، فهو أَهْلَكُهُم».رواه مسلم
Overgeleverd van Hishaam, zoon van Hakiem ibn Hizaam — moge Allah tevreden zijn met beiden — dat hij eens voorbijkwam bij een groep boeren uit de Nabaat (landbouwers van niet-Arabische afkomst) in As-Shaam (Syrië), die in de brandende zon waren opgesteld. Hij vroeg: “Wat is er met hen aan de hand?” Zij zeiden: “Zij zijn vastgehouden vanwege de jizya (belasting), omdat zij deze niet betaald hebben.” Daarop zei Hishaam: “Ik leg getuigenis af dat ik de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heb horen zeggen: “Voorwaar, Allah zal degenen straffen die de mensen op onrechtvaardige wijze op aarde kwellen.”Overgeleverd door Moeslim
عن ابن عباس رضي الله عنهما أن النبي صلى الله عليه وسلم مر عليه حمار قد وُسِمَ في وجهه، فقال:«لعن الله الذي وسمه». وفي رواية لمسلم أيضا: نهى رسول الله صلى الله عليه وسلم عن الضرب في الوجه، وعن الوسم في الوجه»رواه مسلم
عن أبي ذر رضي الله عنه قال: قيل لرسول الله صلى الله عليه وسلم : أرأيت الرَّجل الذي يعمل العمل من الخَير، ويَحمدُه الناس عليه؟ قال: «تلك عاجِل بُشْرَى المؤمن».رواه مسلم
Van Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden zijn met hem, zei dat de boodschapper van Allah, vrede zij met hem , zei: "Niet naar de intieme delen van een ander kijken, noch een vrouw naar de intieme delen van een andere vrouw . Mannen mogen niet in afzondering zijn met andere mannen in één kledingstuk, evenmin als vrouwen alleen mogen zijn met andere vrouwen in één kledingstuk".Overgeleverd door Moeslim
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vervloekte de man die zich kleedt in de kleding van een vrouw en de vrouw die zich kleedt in de kleding van een man."رواه النسائي في الكبرى وابن ماجه بمعناه وأحمد
عن ابن عمر رضي الله عنهما قال: رأى رسول الله صلى الله عليه وسلم صبيًّا قد حُلِق بعض شعر رأسه وترك بعضه، فنهاهم عن ذلك، وقال: «احلقوه كله، أو اتركوه كله».رواه أبو داود والنسائي في الكبرى