Hadith for the World

All hadiths

The complete card collection, filter by chapter

655 hadiths

عن زيد بن خالد الجهني رضي الله عنه عن النبي صلى الله عليه وسلم أنه قال: «مَنْ فَطَّرَ صائمًا، كان له مِثْلُ أجْرِهِ، غَيْرَ أنَّهُ لاَ يُنْقَصُ مِنْ أجْرِ الصَّائِمِ شَيْءٌ».رواه الترمذي وابن ماجه والنسائي في الكبرى والدارمي وأحمد
Sa'd ibn Abi Waqqas, moge Allah tevreden zijn over hem , leverde over dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Degene die, wanneer hij de oproep tot het gebed hoort, zegt: 'Ik getuig dat er geen god is dan Allah, Hij is Enige, Hij heeft geen deelgenoten, en dat Mohammad Zijn dienaar en boodschapper is. Ik ben tevreden met Allah als Heer, met Mohammad als boodschapper, en met de Islam als religie', zullen zijn zonden vergeven worden".Overgeleverd door Moeslim
Ibn Mas'ūd (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De profeet ﷺ (vrede zij met hem) zei: "Degene die de laatste twee verzen van Soera Al-Baqarah reciteert in één nacht, zal voldoende beloning hebben."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
'Abdullāh ibn Mas'ūd (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: "Degene die een letter van het Boek van Allah reciteert, zal beloond worden met één goede daad, en een goede daad wordt vermenigvuldigd met tien gelijke daarvan . Ik zeg niet dat "Alif Lam Mim" één letter is, maar "Alif" is een letter, "Lam" is een letter, en "Mim" is een letter."Overgeleverd door At-Tirmidhi
'Abdoellāh ibn 'Amr ibn al-'Ās (moge Allah tevreden met hen zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: "Voorwaar, de harten van de kinderen van Adam bevinden zich tussen twee vingers van de Barmhartige, als één hart. Hij bestuurt het zoals Hij wil." Vervolgens zei de boodschapper van Allah, (vrede zij met hem): 'O Allah, Bestuurder van de harten, leid onze harten naar Uw gehoorzaamheid.'"Overgeleverd door Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه عن النبي صلى الله عليه وسلم قال: «ما توطَّنَ رجلٌ مسلمٌ المساجدَ للصلاة والذِّكر، إلا تَبَشْبَشَ اللهُ له، كما يَتَبَشْبَشُ أهلُ الغائب بغائبهم إذا قَدِمَ عليهم».رواه ابن ماجه وأحمد
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Allah zegt: 'Wie vijandigheid toont jegens een van Mijn dienaren, heeft de oorlog aan Mij verklaard. Maar Mijn dienaar blijft zich nader tot Mij brengen door aanbevolen daden totdat Ik van hem houd . En wanneer Ik van hem houd, word Ik zijn gehoor waarmee hij hoort, zijn gezichtsvermogen waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij vasthoudt, en zijn voet waarmee hij loopt. Als hij Mij iets vraagt, zal Ik het hem zeker geven, en als hij Mij om bescherming vraagt, zal Ik hem zeker beschermen. Ik aarzel nooit om iets te doen zoals Ik aarzel om het leven van een gelovige te nemen, want hij verafschuwt de dood, en Ik verafschuw hem pijn te doen."Overgeleverd door Al-Boekhari
عن أبي هريرة رضي الله عنه عن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «النَّاسُ مَعَادِن كَمَعَادِن الذَّهَب وَالفِضَّة، خِيَارُهُم فِي الجَاهِلِيَّة خِيَارُهُم فِي الإِسْلاَم إِذَا فَقُهُوا، والأَرْوَاحُ جُنُودٌ مُجَنَّدَة، فَمَا تَعَارَفَ مِنْهَا ائتَلَفَ، وَمَا تَنَاكَرَ مِنْهَا اخْتَلَفَ». وعن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله -صلى الله عليه وسلم: «تَجِدُون النَّاسَ مَعَادِن: خِيَارُهُم فِي الجَاهِليَّة خِيَارُهُم فِي الإِسْلاَم إِذَا فَقِهُوا، وَتَجِدُون خِيَار النَّاس فِي هَذَا الشَّأْن أَشَدُّهُم كَرَاهِيَة لَه، وَتَجِدُون شَرَّ النَّاس ذَا الوَجْهَين، الَّذِي يَأْتِي هَؤُلاَء بِوَجه، وَهَؤُلاَء بِوَجْه».الحديث الأول: متفق عليه، ولفظه لمسلم؛ وروى البخاري أوله، وروى آخره عن عائشة -رضي الله عنها-. الحديث الثاني: متفق عليه
عن ابن عمر رضي الله عنهما مرفوعاً: «على المرء المسلم السمع والطاعة فيما أحب وكَرِهَ، إلا أن يُؤمر بمعصية، فإذا أُمِرَ بمعصية فلا سمع ولا طاعة».متفق عليه
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: De profeet (vrede zij met hem) zei: Wie zweerde en in zijn zwering het volgende zegt: "Bij al-Lat en al-Oezzah," die moet zeggen: "Er is geen god dan Allah." En wie tot zijn metgezel zei: "Kom, laten we dobbelen," die moet aalmoes geven.Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعاً: «من أطاعني فقد أطاع الله، ومن عصاني فقد عصى الله، ومن يطع الأمير فقد أطاعني، ومن يعص الأمير فقد عصاني».متفق عليه
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) moest nooit tussen twee zaken kiezen, of Hij nam de gemakkelijkste van de twee, tenzij deze zou leiden tot zonde; in dat geval was Hij de meest afstandelijke van de mensen ten opzichte van die zonde. En Hij heeft nooit wraak genomen voor zichzelf, behalve wanneer de rechten van Allah geschonden werden, dan neemt Hij wraak voor Allah."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعاً: «من مات ولم يَغْزُ، ولم يُحدث نفسه بالغزو، مات على شُعْبَةٍ من نِفَاقٍ»رواه مسلم
Abu Mas'ud (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Wanneer een man geld uitgeeft aan zijn gezin, terwijl hij het als liefdadigheid beschouwt, dan wordt het effectief als een daad van liefdadigheid beschouwd."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أنس بن مالك وأبي هريرة رضي الله عنهما عن النبي صلى الله عليه وسلم فيما يرويه عن ربه عز وجل قال: «إذا تَقَرَّبَ العبدُ إليَّ شِبْرًا تَقَرَّبْتُ إليه ذِرَاعًا، وإذا تَقَرَّبَ إليَّ ذِرَاعًا تَقَرَّبْتُ مِنْهُ بَاعًا، وإذا أتاني يمشي أَتَيْتُهُ هَرْوَلَةً».حديث أنس -رضي الله عنه- رواه البخاري . حديث أبي هريرة -رضي الله عنه- متفق عليه
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Het geloof bestaat uit zesenzeventig of zevenenzestig takken, de voortreffelijkste daarvan is het zeggen van 'La ilaha illallah' (Er is geen god dan Allah), en de minste daarvan is het verwijderen van iets schadelijks van de weg, en schaamte is een tak van het geloof."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei; dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Terwijl een man op een pad liep, zag hij een doornige tak op het pad liggen die de gelovigen zou kunnen kwetsen. Hij verwijderde de tak van het pad en Allah dankte hem daarvoor en vergaf hem."Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Adi ibn Hatim (moge Allah tevreden met hem zijn), zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Geen van jullie zal er zijn of Allah zal met hem spreken, zonder tussenpersoon, en hij zal naar rechts kijken en niets anders zien dan wat hij heeft gedaan van daden, en hij zal naar links kijken en niets anders zien dan wat hij heeft gedaan van daden, en hij zal voor zich kijken en niets anders zien dan het vuur voor zijn gezicht. Dus vrees het vuur, zelfs al is het met de helft van een dadel te schenken".Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عبد الله بن عكيم رضي الله عنه مرفوعاً: «مَنْ تَعَلَّقَ شيئا وُكِلَ إليه».رواه أحمد والترمذي
Over Tariq ibn Ashyam al-Ashja'i, moge Allah tevreden met hem zijn, zei hij: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem, zeggen:" Wie zegt: 'Er is geen God dan Allah' en ongelovig is in wat naast Allah wordt aanbeden, zijn bezittingen en bloed zijn verboden en zijn afrekening ligt bij Allah."Overgeleverd door Moeslim
'Abdoellāh ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: 'Moge Allah het gelaat van een persoon verfraaien die iets van ons hoort en het zo doorgeeft als hij het heeft gehoord; wellicht is de boodschapper van het bericht meer inzichtelijker dan degene die het heeft gehoord.'Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
Van Samoerah ibn Djoendoeb en al-Moeghirah ibn Shoe'bah, (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) wordt overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Wie over mij een hadith vertelt waarvan hij denkt of vermoedt dat het een leugen over mij is, behoort tot degenen die liegen."رواه مسلم في مقدمته
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «لا ينبغي لصِدِّيق أن يكون لعَّانًا».رواه مسلم
عن عائشة رضي الله عنها قالت: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «مَنْ أحَبَّ لِقَاءَ اللهِ أَحَبَّ اللهُ لِقَاءهُ، وَمَنْ كَرِهَ لِقَاءَ اللهِ كَرِهَ اللهُ لِقَاءهُ» فقلتُ: يا رسولَ اللهِ، أكَراهِيَةُ المَوتِ، فَكُلُّنَا نَكْرَهُ المَوتَ؟ قال: «لَيْسَ كَذَلِكَ، ولكِنَّ المُؤْمِنَ إذَا بُشِّرَ بِرَحْمَةِ اللهِ وَرِضْوَانِهِ وَجَنَّتِهِ أَحَبَّ لِقَاءَ اللهِ فَأَحَبَّ اللهُ لِقَاءهُ، وإنَّ الكَافِرَ إذَا بُشِّرَ بِعَذابِ اللهِ وَسَخَطهِ كَرِهَ لِقَاءَ اللهِ وكَرِهَ اللهُ لِقَاءهُ».رواه مسلم، ورواه البخاري عن عائشة -رضي الله عنها- في ضمنه حديث عن عبادة بن الصامت-رضي الله عنه-. رواه عن أبي موسى -رضي الله عنه- مختصرا