NL
All hadiths
The complete card collection, filter by chapter
De Edele Koran en zijn wetenschappen
26
De Hadith en zijn wetenschappen
3
Geloofsleer
135
De jurisprudentie en zijn grondbeginsels
288
De deugden en etiquette
288
De da'wa (uitnodiging tot islam) en de verantwoording
15
De biografie en geschiedenis
38
655 hadiths
Abu Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: Jullie zullen het paradijs niet betreden totdat jullie geloven, en jullie zullen niet geloven totdat jullie van elkaar houden. Mag ik jullie leiden naar iets, als jullie het doen, zullen jullie van elkaar houden? Verspreid de vrede onder jullie.
Overgeleverd door Moeslim
Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Als ik het de gelovigen - of mijn gemeenschap - niet te moeilijk zou maken, zou ik hen bevelen een siwak te gebruiken voor elke gebed".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De profeet (vrede zij met hem) zei: Voorwaar, de zwaarste gebeden voor de hypocrieten zijn het 'Isja-gebed en het Fajdr-gebed. Als ze wisten wat er in deze gebeden was, zouden ze ze zeker bijwonen, zelfs al moesten ze er kruipend naartoe gaan. Ik heb overwogen het gebed te laten beginnen, en dan een man op te dragen de mensen voor te gaan in het gebed. Vervolgens zou ik met mannen met bundels brandhout naar mensen gaan die het gebed niet bijwonen, om hun huizen van de achterblijvers met vuur te verbranden ( maar de profeet Vrede zij met hem).
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : ((إن أمتي يُدْعَون يوم القيامة غُرًّا مُحَجَلِّين من آثار الوُضُوء)). فمن اسْتَطَاع منكم أن يُطِيل غُرَّتَه فَليَفعل. وفي لفظ لمسلم: ((رأَيت أبا هريرة يتوضَّأ، فغسل وجهه ويديه حتى كاد يبلغ المنكبين، ثم غسل رجليه حتى رَفَع إلى السَّاقين، ثم قال: سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: إنَّ أمتي يُدْعَون يوم القيامة غُرًّا مُحَجَّلِين من آثار الوُضُوء)) فمن استطاع منكم أن يطيل غُرَّتَه وتَحْجِيلَه فَليَفعَل. وفي لفظ لمسلم: سمعت خليلي صلى الله عليه وسلم يقول: ((تَبْلُغ الحِليَة من المؤمن حيث يبلغ الوُضُوء)).
الرواية الأولى: متفق عليه. الرواية الثانية: رواها مسلم. الرواية الثالثة: رواها مسلم
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعًا: «إِنَّ الله تَعَالى يَقُول يَوْمَ القِيَامَة: أَيْنَ المُتَحَابُّونَ بِجَلاَلِي؟ اليَوم أُظِلُّهُم فِي ظِلِّي يَوْمَ لاَ ظِلَّ إِلاَّ ظِلِّي».
رواه مسلم
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij let hem) zei: "Degenen die oproepen tot leiding zullen beloond worden met een beloning gelijk aan de beloning van degenen die hen volgen, zonder dat dit iets afdoet aan hun beloning. En degenen die oproepen tot dwaling, zullen beladen worden met de zonden van degenen die hen volgen, zonder dat dit iets afdoet aan hun zonden".
Overgeleverd door Moeslim
Overgeleverd door Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem) dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Er gaat geen dag voorbij zonder dat twee engelen neerdalen. De ene zegt: 'O Allah, schenk degene die geeft een overvloedige beloning.' De andere zegt: 'O Allah, laat de gierige tegenspoed ervaren'".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van Mahmoed ibn Labid (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Voorwaar, hetgeen ik het meest voor jullie vrees, is de kleine vorm van shirk (associatie met Allah)." Ze vroegen: "Wat is de kleine vorm van shirk, O Boodschapper van Allah?" Hij antwoordde: "Het is riya'e (het doen van goede daden om indruk te maken op anderen). Op de Dag des Oordeels zal Allah, de Verhevene, tegen hen zeggen wanneer de mensen worden beloond voor hun daden: 'Ga naar degenen tot wie jullie plachten te pronken in de wereld, en kijk of jullie enige beloning bij hen kunnen vinden?".
Overgeleverd door Ahmed
Umar ibn al-Khattāb (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: Ik hoorde de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) zeggen: "Overdrijf niet in het prijzen van mij zoals de christenen overdreven in het prijzen van de zoon van Mariam, want ik ben slechts Zijn dienaar. Noem mij dus de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei : Er werd gezegd: "O Boodschapper van Allah, wie zijn de gelukkigste mensen die op de Dag des Oordeels door uw voorspraak zullen zijn?" De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) antwoordde: "O Aboe Hoerayrah, ik dacht dat jij als eerste naar dit hadith zou vragen vanwege je verlangen om te horen. De gelukkigste mensen die op de Dag des Oordeels door mijn voorspraak zullen zijn, zijn degenen die zeggen: 'Er is geen god dan Allah', oprecht vanuit hun hart of ziel."
Overgeleverd door Al-Boekhari
عن جندب بن عبد الله رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : "قال رجل: والله لا يغفر الله لفلان، فقال الله: من ذا الذي يتألى عليَّ أن لا أغفر لفلان؟ إني قد غفرت له، وأحبطت عملك". وفي حديث أبي هريرة: أن القائل رجل عابد، قال أبو هريرة: "تكلم بكلمة أوبقت دنياه وآخرته".
رواه مسلم
عن عبد الله بن عمرو بن العاص - رضي الله عنه- مرفوعاً: "مَن ردته الطِّيَرَة عن حاجته فقد أشرك، قالوا: فما كفارة ذلك؟ قال: أن تقول: اللهم لا خير إلا خيرك، ولا طَيْرَ إِلَّا طَيْرُكَ ولا إله غيرك".
رواه أحمد
Vanuit Oebada (moge Allah tevreden zijn met hem ) van de profeet (vrede zij met hem) is overgeleverd: "Degenen die getuigen dat er geen god is dan Allah, en Hij is de Enige, geen deelgenoten heeft; en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, en dat Jezus Zijn dienaar en boodschapper is en Zijn woord dat Hij naar Mariam zond, en een Geest van Hem; en dat het paradijs waar is en de hel waar is; Allah zal hem het paradijs binnenvoeren op basis van zijn daden".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Abdoellāh ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De profeet (vrede zij met hem) zei een woord, en ik zei een ander. De profeet (vrede zij met hem) zei: " Degene die sterft terwijl hij naast Allah anderen aanroept, zal het vuur binnengaan." En ik zei: "Degene die sterft zonder anderen naast Allah aan te roepen, zal het paradijs binnengaan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه أن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «إذا عَطَسَ أَحَدُكُم فَلْيَقُل: الحَمْدُ للهِ، وَلْيَقُلْ لَهُ أَخُوهُ أو صاحبُهُ: يَرْحَمُكَ الله، فإذا قال له: يرحمك الله، فَلْيَقُلْ: يَهْدِيكُم الله ويُصْلِحُ بَالَكُم».
رواه البخاري
عن أبي هريرة رضي الله عنه مرفوعًا: «صلاة الرجل في جماعة تَضعُفُ على صلاته في بيته وفِي سُوقِه خمسا وعشرين ضِعفًا، وذلك: أَنَّه إِذَا تَوَضَّأ، فَأَحسَن الوُضُوء، ثمَّ خرج إلى المسجد لاَ يُخرِجُهُ إلاَّ الصلاة؛ لَم يَخْطُ خُطوَةً إِلاَّ رُفِعَت له بِها درجة، وَحُطَّ عَنهُ بها خطيئة، فإذا صلَّى لم تزل الملائكة تُصَلِّي عليه، ما دام في مُصَلاَّه: اللهُمَّ صَلِّ عليه، اللهم اغفِر له، اللهم ارْحَمه، ولا يزال في صلاة ما انتظر الصلاة».
متفق عليه
Overgeleverd door Zayd ibn Khalid (moge Allah tevreden zijn met hem ) dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), heeft gezegd: "Wie een strijder op weg naar Allah uitrust, heeft zelf ook gestreden, en wie een strijder op weg naar Allah goed vervangt, heeft zelf ook gestreden."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aisha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: "Dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) bij geen enkele vrijwillige aanbidding zo zorgvuldig en standvastig was, noch er zoveel ijver en toewijding voor aan de dag legde, als voor de twee aanbevolen gebedsrak‘aat vóór het ochtendgebed (fadjr)."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أبي هريرة رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم : «مَنْ عَادَ مَرِيضًا أَو زَارَ أَخًا لَهُ فِي الله، نَادَاهُ مُنَادٍ: بِأَنْ طِبْتَ، وَطَابَ مَمْشَاكَ، وَتَبَوَّأتَ مِنَ الجَنَّةِ مَنْزِلاً».
رواه الترمذي وابن ماجه وأحمد
Aboe Bakr, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: "Ik keek naar de voeten van de ongelovigen, boven onze hoofden, terwijl wij ons in de grot schuilhielden. Toen zei ik: ‘O Boodschapper van Allah, als een van hen maar naar zijn voeten zou kijken, zou hij ons zeker onder zijn voeten ontdekken.’ Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘O Aboe Bakr, wat denk jij van twee mensen, van wie Allah de derde is?''
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أنس بن مالك رضي الله عنه أَنَّ النَبيَّ -صلَّى الله عليه وسلَّم- كَان إِذَا تَكَلَّمَ بِكَلِمَةٍ أَعَادَهَا ثَلاَثًا حَتَّى تُفْهَمَ عَنْهُ، وَإِذَا أَتَى عَلَى قَوْمٍ فَسَلَّمَ عَلَيهِم سَلَّمَ عَلَيهِم ثَلاَثًا.
رواه البخاري
عن أبي شريح خويلد بن عمرو الخزاعي و أبي هريرة رضي الله عنهما عن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «اللَّهُمَّ إِنِّي أُحَرِّجُ حَقَّ الضَعِيفَين: اليَتِيم والمَرْأَة».
حديث أبي شريح رواه النسائي. وحديث أبي هريرة رواه ابن ماجه وأحمد
عن أبي هريرة رضي الله عنه أَنَّهُ سَمِعَ النَّبيَّ -صلّى اللهُ عليه وسَلَّم يقول-: «إن العبد ليتكلم بالكلمة ما يتبين فيها يزلُّ بها إلى النار أبعدَ مما بين المشرق والمغرب».
متفق عليه
عن عبد الله بن عمر رضي الله عنهما أَنَّ رَجُلاً مِنَ الأعرَاب لَقِيهَ بِطَريق مَكَّة، فَسَلَّم عَلَيه عَبد الله بنُ عمر، وَحمَلهُ على حمار كان يركَبُهُ، وَأعطَاه عِمَامَة كَانت على رأسه، قال ابن دينار: فقُلنا له: أَصْلَحَك الله، إنَّهم الأعراب وهُم يَرْضَون بِاليَسِير، فقال عبدُ الله بنَ عُمر: إِنَّ أَبَا هَذَا كَانَ وُدًّا لِعُمر بنِ الخطَّاب رضي الله عنه وإنِّي سَمِعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: «إِنَّ أَبَرَّ البِرِّ صِلَةُ الرَّجُل أَهْلَ وُدِّ أَبِيه». وفي رواية عن ابن دينار، عن ابن عمر: أنَّه كان إذَا خَرَج إلى مكة كان له حمار يَتَرَوَّحُ عليه إذا ملَّ رُكُوبَ الرَّاحِلة، وَعِمَامة يَشُدُّ بها رأسه، فَبينَا هو يومًا على ذلك الحمار إِذْ مَرَّ بِهِ أَعْرَابِي، فقال: أَلَسْتَ فُلاَن بنَ فُلاَن؟ قال: بَلَى. فَأَعْطَاهُ الحِمَار، فقال: ارْكَب هَذَا، وَأَعْطَاهُ العِمَامَةَ وَقَالَ: اشْدُدْ بِهَا رَأْسَكَ، فَقَالَ لَهُ بَعض أصحَابِه: غفر الله لك أَعْطَيت هذا الأعرابي حمارا كنت تَرَوَّحُ عليه، وعِمَامَة كُنتَ تشدُّ بها رأسَك؟ فقال: إِنِّي سمِعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول: «إِنَّ مِنْ أَبَرِّ البِّر أَنْ يَصِلَ الرَّجُلُ أَهْلَ وُدَّ أَبِيهِ بَعْدَ أَنْ يُوَلِّيَ» وَإِنَّ أَبَاه كان صَدِيقًا لِعُمَرَ رضي الله عنه .
رواه مسلم
Previous page
Page 5 of 28
Next page