NL
Topic
De jurisprudentie en zijn grondbeginsels
288 hadiths
Jurisprudentie van aanbiddingen
231
Jurisprudentie van handelingen
17
Jurisprudentie van het gezin
24
Geneeskunde, genezing en legitieme geestelijke genezing
9
Voedsel en dranken
5
Misdaden
1
Straffen
4
Grondslagen van de jurisprudentie
4
288 hadiths
عن عائشة رضي الله عنها قالت: كان رسولُ اللهِ صلى الله عليه وسلم إذا فَاتَتْهُ الصَّلَاةُ مِنَ الليلِ مِن وَجَعٍ أَوْ غَيْرِهِ، صَلَّى من النَّهَارِ ثِنْتَيْ عَشْرَةَ رَكْعَةً.
رواه مسلم
عن عائشة رضي الله عنها والمغيرة بن شعبة رضي الله عنه : أن النبي صلى الله عليه وسلم كان يقوم من الليل حتى تَتَفَطَّرَ قَدَمَاهُ فقلت له: لم تَصْنَعُ هذا يا رسول الله، وقد غفر اللهُ لك ما تقدم من ذنبك وما تأخر؟ قال: «أَفَلَا أحب أن أكونَ عبدا شَكُورًا».
حديث عائشة -رضي الله عنها-: متفق عليه. حديث المغيرة بن شعبة -رضي الله عنه-: متفق عليه
Overgeleverd door Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De meest geliefde plaatsen bij Allah zijn de moskeeën en de meest verfoeide plaatsen bij Allah zijn de markten."
Overgeleverd door Moeslim
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: "Wanneer de laatste tien dagen van de Ramadan aanbraken, bleef de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) 's nachts wakker, wekte hij zijn gezin en bereidde hij zich intensief voor."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Ibn 'Umar (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Jibrīl bleef sterk de nadruk leggen op de goede behandeling van de buurman, in die mate dat ik dacht dat hij de buurman als erfgenaam zou opnemen".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde dat de profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Hebben jullie je ooit afgevraagd als een van jullie een rivier voor zijn deur had, waarin hij elke dag vijf keer zou baden, zou er dan iets van vuil achterblijven op zijn lichaam?" Ze antwoordden: "Nee, er zou niets van vuil op zijn lichaam achterblijven." De profeet (vrede zij met hem) zei: "Dat is zoals de vijf dagelijkse gebeden, waarmee Allah de zonden uitwist."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عائشة رضي الله عنها قالت: « خَسَفَتِ الشمس على عهد رسول الله صلى الله عليه وسلم فصَلَّى رسول الله صلى الله عليه وسلم بالناس. فأطال القيام، ثم ركع، فأطال الركوع، ثم قام، فأطال القيام -وهو دون القيام الأول- ثم ركع، فأطال الركوع -وهو دون الركوع الأول- ثم رفع فأطال القيام -وهو دون القيام الأول- ثم سجد، فأطال السجود، ثم فعل في الركعة الأخرى مثل ما فَعَل في الرَّكعة الأولى، ثم انصرف، وقد تَجَلَّتْ الشمس، فخَطَب الناس، فحَمِد الله وأَثْنَى عليه، ثُمَّ قال: إِنَّ الشَّمس والقمَر آيَتَان مِن آيات الله، لا ينْخَسِفَانِ لموت أحد ولا لِحَيَاته، فَإِذا رَأَيتُم ذلك فَادْعُوا اللَّه وكَبِّرُوا ، وصَلُّوا وتَصَدَّقُوا. ثم قال: يا أُمَّة مُحمَّد، واللهِ ما من أحد أغْيَرُ من الله أن يَزْنِيَ عبده أو تَزْنِيَ أَمَتُهُ. يا أُمَّةَ محمد، والله لو تعلمون ما أعلم لَضَحِكْتُمْ قليلا ولَبَكَيْتم كثيرا». وفي لفظ: «فاسْتَكَمَل أَرْبَع رَكَعَاتٍ وَأَرْبَع سَجَدَاتٍ».
متفق عليه
عن عائشة رضي الله عنها قالت: «من كلِّ الليل أَوْتَرَ رسول الله صلى الله عليه وسلم : من أول الليل، وأوسطه، وآخره، وانتهى وِتْرُهُ إلى السَّحَرِ».
متفق عليه
Amr ibn Shu'aib heeft van zijn vader, die het weer van zijn grootvader heeft, overgeleverd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Leer jullie kinderen het gebed aan als ze zeven jaar oud zijn, en dwing hen ertoe als ze tien zijn, en laat hen gescheiden slapen".
Overgeleverd door Aboe Dawoed
عن عبد الله بن زيد بن عَاصِم المازِنِي رضي الله عنه قال: «خرج النبي صلى الله عليه وسلم يَسْتَسْقِي، فتَوَجَّه إلى القبلة يدْعو، وحَوَّل رِدَاءه، ثم صلَّى ركعتين، جَهَرَ فيهما بالقِراءة». وفي لفظ «إلى الْمُصَلَّى».
متفق عليه
عن عبد الله بن عمرو بن العاص رضي الله عنهما مرفوعاً: "كُلُوا، وَاشْرَبُوا، وَتَصَدَّقُوا، وَالْبَسُوا، غَيْرَ مَخِيلَة، وَلَا سَرَف".
رواه ابن ماجه والإمام أحمد، وذكره البخاري في صحيحه تعليقًا مجزومًا به
Op gezag van Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, zei ze: De profeet, moge Allah Zijn gebeden en vrede met hem zijn, zei: "Vervloek de doden niet, want zij hebben het resultaat bereikt van wat zij gedaan hebben."
Overgeleverd door Al-Boekhari
Volgens Abdoe Rahman ibn Abi Layla: Ik ontmoette Ka'ab ibn 'Oedjrah en hij zei: Mag ik je een geschenk geven? De profeet (vrede zij met hem) kwam naar ons toe, en we zeiden: O boodschapper van Allah, we hebben geleerd hoe we vrede moeten uitspreken over jou, maar hoe bidden we voor jou? Hij antwoordde: 'Zeg: 'O Allah, schenk zegeningen aan Mohammad en aan de familie van Mohammad, zoals U zegeningen schonk aan de familie van Ibrahim. U bent zeker prijzenswaardig, vol van glorie. O Allah, zegen Mohammad en de familie van Mohammad, zoals U de familie van Ibrahim zegende. U bent zeker prijzenswaardig, vol van glorie."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Van de metgezel 'Oebadah ibn as-Samit (moge Allah tevreden zijn over hem ) dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Geen gebed voor degene die de openingsverzen van het Boek (Al-Fatiha) niet reciteert".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن أَنَس بن مالك رضي الله عنه مرفوعاً: «ما صَلَّيْتُ خلف إمام قَطُّ أَخَفَّ صلاة، ولا أَتَمَّ صلاة من النبي صلى الله عليه وسلم ».
متفق عليه
عن أبي هريرة رضي الله عنه عن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: «مَنْ شهدَ الْجَنَازَةَ حتى يصلَّى عليها فله قِيرَاطٌ، ومن شهدها حتى تُدفن فله قِيرَاطان، قيل: وما القِيرَاطَانِ؟ قال: مثل الجبلين العظيمين». ولمسلم: «أصغرهما مثل أُحُدٍ».
متفق عليه
عن جُنْدُب بن عَبْدِ الله البجَليِّ رضي الله عنه قال: «صلى النبي صلى الله عليه وسلم يوم النَّحر، ثم خطب، ثم ذبح، وقال: من ذبح قبل أن يُصَلِّيَ فَلْيَذْبَحْ أُخرى مكانها، ومن لم يذبح فَلْيَذْبَحْ باسم الله».
متفق عليه
Jundub bin Abdullah Al-Qasri, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn gebeden en vrede zij met hem) zei: "Degene die het ochtendgebed verricht, staat onder Allah Zijn bescherming, dus laat Allah zijn verplichting niet opeisen, want wie Hem om zijn verplichting vraagt zal die krijgen en hij zal hem vervolgens op zijn gezicht in het vuur van de hel gooien."
Overgeleverd door Moeslim
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Wie 's ochtends of 's avonds naar de moskee gaat, bereidt Allah voor hem een verblijfplaats in het Paradijs voor, telkens wanneer hij deze bezoeken brengt."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
عن عمر بن الخطاب رضي الله عنه مرفوعًا: «مَنْ نَامَ عَنْ حِزْبِهِ مِنَ الليلِ، أو عَنْ شَيْءٍ مِنه، فَقَرَأَهُ ما بَيْنَ صَلَاةِ الفَجْرِ وَصَلَاةِ الظُّهْرِ، كُتِبَ لهُ كَأَنَّمَا قَرَأَهُ مِنَ الليلِ».
رواه مسلم
عن عبد الله بن عمر رضي الله عنهما عن النبي صلى الله عليه وسلم قال: «المؤمن الذي يخالط الناس، ويصبر على أذاهم خير من الذي لا يخالط الناس ولا يصبر على أذاهم».
رواه الترمذي وابن ماجه وأحمد
Abu Hurairah, moge Allah tevreden met hem zijn, zei, de Boodschapper van God (vrede zij met hem) zei: "Geen geld wordt verminderd door liefdadigheid, en als Allah Zijn dienaar Zijn vergiffenis geeft wordt hij geëerd, en niemand is bescheiden voor Allah tenzij Allah hem in rangen verhoogt."
Overgeleverd door Moeslim
Abdoellah ibn Salam (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: "Toen de profeet (vrede zij met hem) Medina aankwam, stroomden de mensen naar hem toe. Ze riepen: 'De boodschapper van Allah is gekomen! De boodschapper van Allah is gekomen! De boodschapper van Allah is gekomen!' - drie keer. Ik ging met de mensen mee om hem te zien. Toen ik zijn gezicht zag, wist ik dat het niet het gezicht van een leugenaar was. Het eerste wat ik hem hoorde zeggen was: "O mensen, verspreid vrede, geef voedsel aan de armen, onderhoud de familiebanden, en bid 's nachts terwijl de mensen slapen. Zo zullen jullie het paradijs veilig binnengaan."
Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
عن أنس رضي الله عنه أنه قَالَ لِثابِتٍ رحمه اللهُ: ألاَ أرْقِيكَ بِرُقْيَةِ رسولِ اللهِ صلى الله عليه وسلم ؟ قال: بلى، قال: «اللَّهُمَّ رَبَّ النَّاسِ، مُذْهِبَ البَأسِ، اشْفِ أنْتَ الشَّافِي، لاَ شَافِيَ إِلاَّ أنْتَ، شِفَاءً لاَ يُغَادِرُ سَقماً».
رواه البخاري
Previous page
Page 5 of 12
Next page